Help mij mijn boek uitgeven!

Help mij mijn boek uitgeven!

Al een aantal maanden ben ik druk met het schrijven van een boek. De bedoeling is dat dit uitgegeven gaat worden. Het is alleen heel moeilijk om een voet tussen de deur te krijgen bij een uitgeverij.

Maar… Er is hoop dat het sneller kan! Misschien had je het al meegekregen maar misschien ook niet, op http://www.tenpages.com/manuscript/wijze_woorden_van_julie staat het eerste deel van mijn manuscript. Via deze website is de kans vele malen groter dat ik “ontdekt” wordt. Er zitten namelijk een aantal hele grote uitgeverijen op, en een paar grote namen uit de schrijverswereld lezen mee. Waaronder bijvoorbeeld Ronald Giphart.

Echter, er is een addertje bij deze site: Aan het boek hangen zo’n 2000 aandelen a 5 euro per stuk. Deze aandelen moeten binnen een termijn van 4 maanden verkocht zijn, aan minstens 100 verschillende personen. Dan pas wordt het boek uitgegeven.

Daarom heb ik jouw hulp nodig! Je doet mij een groot plezier als je zou willen investeren in een (of meerdere) aandelen. Als het boek flopt (oftewel de 2000 worden niet gehaald) dan krijg je je geld terug minus 1 euro per aandeel.

Ik heb alle hulp nodig die ik krijgen kan, van jou, maar ook van je netwerk! Dus stuur dit ook door, naar vrienden, familie of waar jij ook maar denkt dat het goed zal landen.

Slow Down!

Slow Down!

Gestrekt lig ik in de hal. Met mijn voorhoofd op de koude marmeren vloer adem ik diep in en uit. Ik MOET rustig worden.
Terwijl ik gehaast mijn jas aantrok, de badkamer inrende om mijn tanden te poetsen, de krant las, de kat ontweek, checkte of ik nog smsjes had en mijn haar fatsoeneerde, bleef ik hangen in het hengsel van mijn handtas en daar ging ik. Bridget Jones zou voor me hebben geapplaudisseerd.

Ik wil altijd teveel tegelijk. Het liefst op de momenten dat juist de tijd het niet meer toelaat. Maar ook als ik op een vrije ochtend met mijn koffie in bed zit, kan ik niet achterover zakken om schaamteloos te genieten van As the World Turns.
Lekker niks doen komt niet voor in mijn leventje. Met één oog op de tv, en koffie in de hand, doe ik met de andere mascara op, terwijl ik diep nadenk over de volgorde waarin ik mijn dag ga indelen. Multitasken heb ik tot een kunst verheven.

Luieren is voor mietjes! Ergens in mijn achterhoofd is een stemmetje het volkomen met mij eens… Ik ben geen mietje, met mijn volle agenda, mijn piepende telefoon en de drukte op het werk. Ik leef!

Maar daar op de koude marmeren vloer van mijn huis kwam de omslag: dit-niet-meer. Ik ben wel een mietje. Ik moet niet rustiger worden, ik wíl het. Dit stemmetje moet K-O.

Weg met het volproppen van mijn leven met afspraken die niet haalbaar zijn, weg met rennen en vliegen om overal op tijd te zijn, weg met “moeten”, weg met mensen die een acute hartaanval krijgen als het niet gaat zoals ze het willen, weg met alle energievreters, de zeurders, de schuldgevoelaanpraters. Weg met de agendafunctie in je telefoon, de BlackBerry en “altijd en overal bereikbaar”.

Dan maar iets te laat, met een mascara die goed zit. Dan maar een trein later, zonder bijna mijn been te breken, dan maar niet doen wat een ander wil als ik daar beter van slaap, überhaupt niet meer doen wat anderen willen.
Dan maar niet aardig gevonden worden, dan maar geen “perfect” maar een “goed”.
Ik leef voor mijzelf, ik doe wat ík wil, en ik leg alleen verantwoording af aan mijzelf.

Of ik straks nou aan de hemelpoort sta, mag reïncarneren of terug ga naar aarde om daar in iemands huis rond te spoken, ik wil graag een mooi verhaal te vertellen hebben. Ik wil niet met mijn mond vol tanden staan of, nog erger, euforisch uitweidden over de deadlines die ik heb gehaald… Ik wil vertellen over luie zondagochtenden, over dagen gevuld met de dingen die ik leuk vond… En als er niks is na dit leven?

Dan was dat van mij verdomd eenmalig mooi!

Goedemorgen Maandag!

Goedemorgen Maandag!

Ja. Stop vooral niet als ik over probeer te steken met mijn zoontje, je mag ons wel doodrijden hoor, whatever makes your day!
ROT OP van die stoep, zie je niet dat ik er zo niet langs kan met mijn Bugaboo?
Sorry, wat zei je? Vind je mijn zoontje schattig? Dat is synoniem voor ‘mooi-issie-niet’. STERF.
Zo, jij dacht dat roze en oranje goed matchte? Donder op zuurstok!
Zeg, ziet mijn kofferbak er fijn uit van zo dichtbij? Kun je mijn kentekenplaat goed lezen? Ja? Fijn! Leuk voor jou! Nu opzouten voor ik op de rem trap.

Nee zeg, ga vooral ineens harder rijden als ik je probeer in te halen, eikel!
Hóe blond kun je zijn? Geen wonder dat je man een zonnebril draagt. Die wil de rest van zijn leven nog naar móóie vrouwen kunnen kijken…
Wat zijn dat voor manoeuvres? Een file uitrijden en dan via de linkerbaan je auto er weer doodleuk tussen proppen? Asociale hondenlul!
Jézus, wat voor een slak rijdt er nou weer voor mij! Wat zit er in die bak, een vrouw zeker? Já hóór! Dank je wel, namens alle vrouwen op deze aardbol, dat je onze reputatie weer naar de klote helpt. En kijk effe op van je telefoon ja, als ik je doodstaar.

Wie…! Wat…! Wie dúrft er naar mij te toeteren? Wat heb ik je misdaan? Oh sorry, ik zag niet dat je tof was in die verlaagde afgetrapte kamp-Golf, oh jeetje ja, ik zou mij inderdaad ook zwaaiend en likkebaardend inhalen. Lekkere gladjakker van me, met die vette haren, dikke zonnebril op, maar jij kan goed rijden hé? Kijk je uit voor die oma? LOSER!

Flikker op, met jouw ká scooter, wat zit jij nou te drukken achter mij, ga een helm opzetten voor je die ene hersencel op het asfalt smeert.
Maar natúúrlijk mag jij mij rechts inhalen! Want jij rijdt Audi, en had je rijbewijs in 1 les hè? Of was het bij een pak melk!
Nee, steek jij maar even in de wilde weg over, ik wacht wel. En kijk niet zo verschrikt, zoiets heet een claxon, had je niet verwacht, hè? Dat ik wist hoe ik die moest gebruiken, hè? Ging per ongeluk, ik schrok van die rotkop op die dikke reet van jou!
Wát, voor een rare blouse heb jij aan? Wat zijn dat? Groene rouwbanden om je armen? Mouwen opstropen is voor mensen die zich laten verrassen door het warme weer, niet voor mensen die het hele weekend in de zon hebben gelegen met kokosolie op hun ‘harses’ en dus weten dat het vandaag óók 30 graden wordt.

Lach niet zo dom, ik heb mijn gehoor langer nodig dan vandaag.
Jij.bent.niet.belangrijk. So shut the fuck up!
Doe niet zo vrolijk.
Nee, ik hoef geen koffie.

Ga aan stomme computer…

GOEDEMORGEN MAANDAG!

De Stem

De Stem

Terwijl ik met mijn hoofd tussen de diepvrieserwtjes sta, hoor ik een vreemde ruis. Ik spits mijn oren. Nee! Komt het echt uit het pak aardappelkroketjes? Ik werp een verlegen blik om mij heen en hou het pakje dichter bij mijn oor. De ruis wordt niet harder. Nu lijkt het ineens van links te komen uit het sorbetijs. Ik hou het dichter bij mijn oor. Niets.

Achter mij klinkt ineens een stem “uhm uhm”. Verschrikt kom ik uit de koelkast van de Albert Hein. Afgezien van een fronsende oma naast mij, zie ik de man die zijn keel schraapte niet. Met een “tja”-lachje naar de oma sluit ik de deur van de koeling en staar verder, nu op jacht naar bladerdeeg. “Test 1-2-3”. Ik wacht tot de luidsprekerman van de winkel zijn mededeling verder afmaakt. Bonusaanbiedingen zijn altijd mijn ding. Maar de luidsprekerman zwijgt in alle toonaarden. Ik kijk weer naar de oma, “Nou!” zeg ik, “Kennelijk is er niets in de aanbieding”. De oma staart mij niet-begrijpend aan en begint nu angstig achteruit te schuifelen richting haar man. Vanuit mijn ooghoeken zie ik haar op haar voorhoofd tikken en schuifelen ze samen, terwijl ze angstig naar mij lachen en knikken, het gangpad uit.

Ik zucht. Die bejaarden van tegenwoordig kunnen ook niets meer hebben. “Hallo? Sarah?”. Ik draai mij glimlachend om, maar zie niemand. Ik slik moeizaam. Het pak vissticks glipt uit mijn handen op de grond en ik voel het bloed uit mijn gezicht lopen. Zo voelt het dus, als je gek wordt. Maar ze zeggen toch altijd dat gekken niet door hebben dat ze gek worden? Zou ik dan toch een postnatale depressie hebben?

Ik zie een vrouw een Albert Hein medewerker aanspreken, de medewerker kijkt wat in de schappen en schud verontschuldigend zijn hoofd. De mond van de vrouw valt open. “Oh nee! Wat nu?” vraagt ze hem. Plots is daar de stem weer “Terwijl ik naarstig op zoek ben naar het laatste pakje bladerdeeg (wie gaat er dan ook boodschappen doen op 24 december?), stort er naast mij een kerstdiner in. De duidelijk aangedane vrouw, vertrekt met een pakje Van Dobben kroketten in haar handen…” Het bloed stijgt vanuit mijn tenen mijn gezicht weer in. De stem! Hij is er weer! De reden van mijn bestaan, de motor achter mijn (uhm uhm) schrijfcarrière. Hij was zo lang weggeweest dat hij ietwat krakerig en hees was en daardoor had ik hem niet herkend. Hallo, oude vriend, ik heb je gemist. Zou mijn writersblock dan zijn opgeheven? Ik maak de medewerker zijn pen afhandig en, terwijl ik de Albert Hein word uitgesleept door de beveiliging, begin ik te schrijven “Terwijl ik met mijn hoofd tussen de diepvrieserwtjes sta”…

7 November

7 November

Ik sla de dekens terug en omarm mijn buik. Baby zit er nog steeds in. Vandaag is het 7 November, D-day. Hier hebben we 40 weken lang naar uit gekeken, en altijd hebben wij geroepen dat baby eerder zou komen: zéker 2 weken voor de uitgerekende datum! Maar inmiddels begin ik te geloven dat deze baby er niet uit gaat komen. Zit er wel eentje in die buik? Ter bevestiging krijg ik een flinke por. Gelukkig, ik ben niet gewoon dik.

Tijdens het ontbijt kijken we elkaar aan, 9 maanden wachten op deze dag en nu is het zo ver! Ik had vanmorgen wel wat kramp, maar dat heb ik al 3 weken. Waar ik daar de eerste keren behoorlijk van in paniek raakte en vervolgens de hele nacht wakker lag, draai ik mij nu nog eens om. Ik hoor het wel, maak me maar weer wakker als je écht gaat komen.

Een ding is zeker, binnen nu en 2 weken zijn wij papa&mama, hebben wij die kleine trappelaar daar binnen in onze armen liggen. Spannend. Eng. Kriebels. Onwerkelijk.

Ons leven voelt een beetje alsof we in de wacht staan. Je zit nog in je “oude” situatie, en elke dag zou weleens de “nieuwe” kunnen worden. Elke nacht loop ik langs jouw kamer (zeker zo’n 5 keer), en denk ik dat jij daar misschien binnen een paar uur wel ligt.
Maar tot dan sla ik elke dag de dekens terug, omarm ik mijn buik en wachten we…

I’m too sexy for my profile…

I’m too sexy for my profile…

Hij wil vriendjes met mij worden op die ene grote social network site. Zijn naam, vies in het Engels, doesn’t ring any bells. Zijn profielfoto daarentegen doet alle alarmbellen afgaan: gespierd, à la Ken van Barbie. De handdoek om zijn heupen is laag, heel laag en het schaamhaar dat er bovenuit komt is bijna niet bestaand. De melodie die ik hoor is sfeerbepalend: “oooeh you touch my tralala, my dingdingdong”. Het aantal vrienden (of moet ik zeggen vriendinnen) doet mijn wenkbrauwen fronzen: 543.

Uit puur leedvermaak besluit ik zijn profiel eens grondig te inspecteren. De foto’s van zijn lichaam zijn nietsverhullend, de groepen waar hij bij aangesloten is zijn alleszeggend: “Genieten van tieten”, “Blondjes zijn dodelijk geil”, “Ik ben 40+ en voel mij super” en niet te vergeten (bestaat echt, zoek maar op): “Wij willen een superknappe, lieve, trouwe, boeiende, gespierde, sexy, niet jaloerse, zorgzame, bijzondere man/jongen die toch niet arrogant is van ongeveer 1 m. 85 lang. Hebben we niet dus zijn we single”. Die laatste brengt mij even aan het twijfelen over zijn geaardheid en aangemoedigd hierdoor zet ik mijn speurtocht naar meer curiositeiten voort.

Bij what’s on my mind staat “jij” maar met 680.000 vrienden lijkt mij dat toch een dagtaak. Hoe vind je dan nog de ruimte om te denken aan tieten? Triootjes? Je eigen wasbord en strakke butt? (En die van de buurvrouw, het kassameisje, je schoonmoeder…)

Zijn hobby’s omvatten “fitness” (echt?), “bodypump” (joh!) en “chicka’s versieren” (hoe verrassend).

Gelukkig voor die jongen (35) heeft hij tussen al dat vrouwengeweld nog flink wat steun in de vorm van “echte” vrienden. “De lkkrste chinees ever”, “Achmed_voeg me toe_ik wil je”, “Tim&myself&mijn wasbord” en “Smoothhh” vormen met hem een ijzersterk team van stand in’s, want hoe moet hij anders al die honderden posts van welwillende meiden beantwoorden? Maar te zien aan de mistige, dampige profielfoto’s van zijn collega’s, is er concurrentie aan de horizon. Dus of dat nou zo verstandig is. Het moet gezegd, het is wel een beetje zijn eigen schuld. Hij vraagt er zelf om;“laat een berichtje 8er en dan zal ik hem zo snel mogelijk beantwoorden”.

Nu blijft nog één groot mysterie onopgelost: hoe komt deze Peter André op mijn profiel uit? En waarom is hij uit op vriendschap met me&mijn 30 weken grote wasbord? Gelukkig blijft ook die vraag niet lang onbeantwoord: hij heeft een abonnementje lopen bij club-Milf.

Lucky me.

Straks houdt alles op…De vreselijkste zwangerschapsclichés.

Straks houdt alles op…De vreselijkste zwangerschapsclichés.

Sinds ik zwanger ben val ik van de ene verbazing in de andere. Lichamelijk valt er natuurlijk een hoop om mij over te verbazen, maar het is vooral de omgeving die zijn steentje bijdraagt aan een aantal memorabele jawdroppers.

In elke hoek, onder elke steen bleek wel een cliché te liggen. Mensen liepen ineens over van (goedbedoelde) adviezen en tips, die vooral bedoeld waren om mijn twinkelende ogen van spanning, verwachting en blijdschap te doven, te temmen voor altijd. Want die twinkelingen werden ineens aangezien voor onbesuisdheid.

Hoe opvallend is het, dat de mensen die je dag in dag uit vroegen “of het niet eens tijd werd voor een kindje?” er nu ineens op gebrand zijn om jou een gevoel van verantwoordelijkheid aan te praten. ‘Weet je wel waar je aan begint? Je zet een kindje op de wereld!” Een daad. Een nacht. Een orgasme. Dat was alles wat ervoor nodig was. Ergens heerst er het idee, voornamelijk bij mensen die al ouders zijn, dat je er te licht over denkt, dat het een bevlieging is. Dat het je “wel leuk” leek. Dat het een totaal ondoordacht plan is…

Na mijn beklag te hebben gedaan bij collega’s die in hetzelfde schuitje zaten, bleken wij op een echte, heuse beerput te zijn gestuit.
Onze omgeving voelde en zei klaarblijkelijk hetzelfde: het was hun taak om ons te indoctrineren, ons te dicteren wat ons te wachten stond. Met als enige echte gevolg dat wij er onze persoonlijke missie van hebben gemaakt om deze samenzwering volledig uit de doeken te doen voor alle zwangeren, bijna-zwangeren en aanstaande papa’s en mama’s.

Na maanden van verzamelen, zwoegen, verbijsterd staan en gefrustreerd gillen, presenteer ik met trots, de lijst der lijsten,

de Top Zwangerschaps clichés allertijden:

In de categorie “Hoera, we zijn zwanger!”:
1. Zwanger? Nu al? (Hoezo nu al, we zijn al 8/9/10 jaar samen!)
2. Zwanger? Nu pas?
(Hoezo nu pas? Jij weet helemaal niet wanneer we zijn begonnen met “proberen”. Wij vonden dat het verrekte snel lukte!)
3. Hoe ver ben je? 6 weken? Zou je dat nou wel vertellen…?
4. Er kan nog van alles misgaan hoor, de tante van het nichtje van de buurvrouw van mijn collega….
5. Wat leuk! Gefeliciteerd! Nu kunnen jullie nooit meer ver op vakantie!

In de categorie “Puur Natuur”:
1. En? Ga je thuisbevallen? (Nee) In het ziekenhuis?! Weet je dat héél zeker?!
2. Borstvoeding of flesvoeding? (Fles, aan mij lijf geen polonaise) Ach, ja, je zult nog wel zien, daar ga je toch anders over denken…
3. Pijnbestrijding? Maar das ook niet alles hoor, daar zitten heel veel ernstige bijwerkingen aan! (Noem eens wat?) Nou….jeuk bijvoorbeeld!

In de categorie “Zeg dan niks”:
1. Een zoon! Een stamhouder!

In de categorie “De hardcore clichés”:
1. En, heb je een voorkeur? Nee. Ook niet stiekem? Nee. Je kan het tegen mij wel zeggen hoor, iedereen heeft een voorkeur. Nee, ik niet. Dat probeer ik je al een tijdje duidelijk te maken.
2. Geniet er nog maar even van.
3. Straks wordt alles anders.
4. Het leven krijgt pas echt zin als je kinderen hebt.
5. Het is zwaar, maar je krijgt er zoveel voor terug.
6. Samenwonen, trouwen en nu zwanger. Netjes zoals het hoort!
7. Dat krijgen jullie straks ook allemaal…
8. Weet je al wat het word? (nee) –volgende dag- Weet je al wat het word?
9. Geniet nog van de tijd die je met zijn tweeën hebt.
(Alsof we doodgaan na de geboorte van het kind).
10. Het wordt allemaal anders; maar ook leuker.
11. Je krijgt hele andere prioriteiten. Ja, echt, jij ook.
12. Voor je het weet is de zwangerschap voorbij/voor je het weet lig je te bevallen.
13. Straks houdt alles op.

In de categorie “Gewoon dom”:
1. En, hoe zijn de hormonen thuis?
2. Dan zullen jouw ouders wel gelukkiger zijn dan zijn ouders.
(Het wordt het eerste kleinkind voor mijn ouders, zijn ouders hebben er al één)
3. Zwanger? Tegelijkertijd met je schoonzus? Was dat nog moeilijk om te timen?
(Dus jij denkt echt dat we eerst in de hele familie bespreken wie wanneer zwanger mag worden?)
4. Weet je al wat het wordt? (Ja, een jongen). O, en dat vertel je ook gewoon?
5. Oh 7 maanden, dan moet je nog een maand hè?

In de categorie “…en bedankt”:
1. Weet je zeker dat het er geen twee zijn?
2. Zo, jij bent al dik!
3. Wat? Ben je pas 10 weken en nu al een buikje? DAT KAN NIET!
4. (En vervolgens met 28 weken) WAT? Al 28 weken? DAT KAN NIET! Waar laat je die baby?
5. Jij hoeft niet meer lang, hè? (Uh, jawel, nog zo’n drie maanden)
6. Jij krijgt zeker een tweeling!?
7. Maar Sarah! Sta je niet op het punt van bevallen? (Ik was 28 weken)

In de categorie “Vrouwonvriendelijk”:
1. Je ziet er wat moe uit vandaag, had je vrouw weer last van de hormonen gisteren?
2. Snurkt die van jouw ook zo ontzettend (Zei de ene toekomstige papa tegen de andere, altijd een recept voor briljante uitspraken)
3. Slaapt ze (de mama to be) nog goed? Mooi. Straks kan je elke nacht een paar keer op.
4. Dring vooral aan op borstvoeding. Dan kan je zelf ’s nachts blijven liggen.
5. En? Heb je al dikke tieten? (Vroeg een mannelijke collega)
6. Of, met een blik naar beneden: Hoeveel ben je al gegroeid, toch zeker twee cupmaten?
7. Hoe is het met je drachtige koe?

In de categorie “Bemoeizucht”:
1. Hoe bedoel je, je wilt geen ruggenprik als die niet nodig is? Ben je gek geworden / wacht maar tot de weeën begonnen zijn, dan piep je wel anders.
2. En dan moet je van de computerkamer de babykamer maken, en de slaapkamer op zolder wordt dan de computerkamer, en dan maak je….
3. Zwanger? Dan MOET je ‘Oei, ik groei’ kopen. Daarin staan de sprongetjes van je baby zo goed uitgelegd! (‘Sprongetjes’???)
4. Hoe gaan jullie dat doen in het appartement? (Nou tweede slaapkamer) Is dat wel slim om dat nu te doen?
(Nou ik bén al zwanger, maar we zullen het heroverwegen)
5. Jullie kiezen vast een Franse naam he? (Nee) Een Engelse dan! (Nee) Een korte, krachtige naam dan! (Nee, denk je nou werkelijk antwoord hierop te krijgen?)
6. WAT? Voel je hem al bewegen? Nee dat kan niet, in het boek van Beatrijs Smulders staat dat dat pas met 20 weken kan.
7. WAT heb je daar al last van? Nee dat kan niet. En ik heb al 2 zwangerschappen meegemaakt dus ik kan het weten. (Zei een man)
8. Je MOET een Bugaboo/Quinny/etc nemen, die zijn zo handig!
9. Van man tot man: Heb je Kluun al gelezen? Help, ik heb mijn vrouw zwanger gemaakt is verplichte kost!
10. Wat? Eet je nog pittig?! En de baby dan?
11. (Zet je net een blikje cola/kopje koffie aan je mond) JE MAG HELEMAAL GEEN COLA!/KOFFIE!

In de categorie “Onbegrijpelijk”:
1. Als het een meisje wordt, dan moet je haar Annegien noemen.
2. Leuk zwanger! Nu gaan jullie zeker verhuizen?
3. Mag ik de naam weten? (Nee!) Oh is het een geheim??

In de categorie “…en de papa dan?”:
1. Hoe gaat het met haar?
2. Heeft ze al klachten?

In de categorie “De bevalling”:
1. Ben je bang voor de bevalling? (Nee) Nou elke vrouw is bang hoor, en elke vrouw denkt dat ze het niet kan.
2. En dan hoor je die vrouwen gillen in de verloskamers naast je…

Midnight Mosquito

Midnight Mosquito

Het is half drie ‘s nachts als ik verschrikt mijn ogen open, bij mijn oor klinkt een hoog hinderlijk gezoem. Wild sla ik om mij heen: een mug! Als ik ergens niet van kan slapen, is het wel van een mug. Terwijl ik het dekbed over mijn oor trek in een poging zo toch in slaap te vallen, krijg ik het bloedheet. De nachttemperatuur van 23 graden is niet mij niet gunstig gezind.

Tevergeefs werp ik mijn slapende liefde een paar woeste blikken toe in het donker, zucht een paar keer diep, sla nog eens wild om mij heen en knipper wat met mijn nachtlampje. Maar mijn ridder slaapt nog steeds. Zachtjes fluister ik “L. er zit een mug in kamer, ik doe het grote licht aan, ok?”. Schijnbaar sliep hij toch niet zo diep want hij zit ineens overeind. Terwijl ik mij bewapen met een opgerold tijdschrift en mijn bril opzet (met -4 wordt het lastig muggenmeppen), kijkt mijn liefde mopperend om zich heen.

5 minuten zoeken. Geen mug. 10 minuten later. Nog steeds geen mug. Na een zoektocht van 15 minuten geef ik het op. Op het moment dat ik het licht uit wil doen verschijnt de mug echter recht voor mijn neus. Met een wilde karate slag raak ik hem net niet en zet een wilde achtervolging in, terwijl mijn man roerloos op het bed zit met zijn ogen dicht (“eb je um al…?”).

Met mijn 5 maanden zwangere buik klim ik op de vensterbank om de mug het licht uit de ogen te meppen. Vloekend sta ik mijn balans te zoeken als blijkt dat de mug weer verdwenen is. Terwijl mijn man zich achterover laat zakken op het dekbed als een prooi (“..eltewusten….”), duikt de mug weer op, en steekt zijn tong naar mij uit.

Terwijl ik mij tot het uiterste strek, met mijn tijdschrift tot achter mijn oor, mep ik… Naast de vampier!
Ik kan er net niet bij. Terwijl ik het kreunend opgeef, staat ineens mijn zombie echtgenoot weer naast mij, rukt het tijdschrift uit mijn handen en slaat met een woeste slag de mug aan bloedspetters. Met een geërgerde zucht kruipt hij het bed weer in terwijl ik juichend de slaap weer hervat.

Het is drie uur ‘s nachts als ik verschrikt mijn ogen open. Jeuk!

Shut de fuk up!

Shut de fuk up!

Tegenover mij zit zo’n zieltjeswerver van tomaten partij Sp. Zo’n bal gehakt, zo’n 20 jarige geïndoctrineerde nerd, zo eentje die nog borstvoeding krijgt. Wiens natte droom bestaat uit iets met tomaten, sponsen en Emile Roemer. Als ik beter kijk, had hij dat zoon van Emile kunnen zijn. Emile junior. Zijn mond gaat open en ik denk “shut de fuk up”.

Hij moet op tijd thuis zijn, verteld hij uit het niets aan de man naast hem. Anders mist hij het debat op Nederland 1, of was het 2 of 3? En Emile Roemer, doet ook mee en van die anderen “uuh hoe heet ie Rutte en Balkenende enzo”. Daar gaat je vertrouwen, duidelijk gevalletje van hersenspoeling, ik zeg het je. Naprateritus.

En inderdaad na vermelding van bijster interessant bovenstaand feitje, steekt hij zijn partijpraatje af. Vijf minuten later merk ik dat ik slechts een ding hoor: Wij.

Wij.Wij.Wij.Wij. Ik sluit mijn ogen om enig oogcontact te vermijden en draai mijn tong drie keer rond in mijn mond om mij er van te weerhouden die knul te vragen of hij ook nog een eigen identiteit heeft of dat hij die ook gelijk maar aan satan verkocht heeft.

Maar hij begint net op stoom te komen, en begint een enthousiast relaas over dat de bezuinigingen niet nodig zijn, dat Emile Roemer dat altijd al riep, en dat “die rechtse partijen” allemaal maar angstzaaiers zijn. In gedachten pak ik mijn “hierop op stemmen in geval van verstandsverbijstering-lijstje” erbij en word de SP geschrapt. De man naast hem zie ik langzaam wegschuiven op zijn stoel.

Na 10 minuten politiek geblaat krijg ik de neiging om het joch te doen geloven dat ik Geert Wilders ga stemmen. Nee, aanbid. Dat ik hem op poster formaat in mijn kamer heb hangen, terwijl hij Emile Roemer in het kruis grijpt…

Maar dan gebeurt er iets waar ik even niet op gerekend had. De man naast hem gaat uitstappen, moet uitstappen. Of moet ik zeggen vluchten? Benauwt piept hij “ik wíl er hier uit”. En nu heeft Emile junior niemand meer om zijn passie op te botvieren. Vlug sluit ik mijn ogen.

Ik hoor hem rommelen in zijn tas en zie hem tussen de kiertjes van mijn ogen, met de briljante tekst “something to clean from the politics at the Hague”, zo’n vreselijke tomatenspons aan de buitenlandse “Eminem” studente tegenover hem overhandigen. Enthousiast knort zijn lach door de trein, waarop hij weer in zijn tas rommelt, weer een spons tevoorschijn tovert en vervolgens zijn hand in het luchtledige laat hangen. Teleurgesteld mompelt hij “o…oh…die slaapt”.

Zodra we Maastricht naderen ben ik echt bijna in slaap gevallen. Als ik mijn ogen open, kijkt hij mij hoopvol aan en zijn handen frummelen alweer aan de tas.

Ik doe mijn uiterste best geen oog contact te maken en bekijk de trein minutieus van vloer tot plafond.

Als de trein stopt sta ik als eerste buiten en schud de nerd af. Een blik over mijn schouder verteld mij dat het gelukt is. Maar eenmaal buiten het station tref ik een ware veldslag aan. Zieltjeswervers van de PVDA, VVD, ze staan er allemaal. Ik weiger alle brochures en zinloze frutsels (PVDA deelt theezakjes uit, is dat humor?) maar in een moment van onoplettendheid staat de rood aangelopen, hijgende tomaat, weer voor mij. Gefrustreerd duwt hij mij een spons in de hand en loopt weg. Om gelijk weer terug te lopen. “Ik moet erbij zeggen dat Emile Roemer zegt dat de bezuinigingen niet nodig zijn”.

Oh man, denk ik: shut toch de fuk up!