Tag Archives: liefde

David

David

Hij was lang, had blond half lang haar, blauwe ogen en was god mag weten hoeveel ouder dan ik. Elke dag belde ik bij hem aan en deed zijn vriendelijk vader open “David? Sarah staat er weer”. Elke dag spraken we over van alles en nog wat, of gingen we (als ik mazzel had) een balletje trappen. Maar vaker bleef het bij die gesprekken in de deuropening.
Mijn god wat was ik verliefd, en hij speelde het spel mooi mee. Beloofde later met mij te trouwen, de piloot, want dat wilde hij worden “later”. En het toeval wilde dat ik stewardess wilde worden, dus 1+1=2, we zouden samen gaan vliegen.

Van hem kreeg ik mijn eerste bandje van Queen. Het was zijn lievelingsmuziek en gezien we samen zouden vliegen, was het wel handig als ik de tekst mee kon zingen in het vliegtuig.
Dagenlang draaide ik het bandje, net zolang tot ik de teksten kon meezingen. Ik had geen idee waar het over ging, dus elke dag belde ik weer aan. Waar ging “I want to break free” over? “Shooting star”? Geduldig legde David de teksten uit, danste op de stoep met een denkbeeldige stofzuiger voor mijn plezier.

Op een dag liep ik weer richting zijn huis, met vragen onder mijn arm, en zag dat op zijn dakterras een feest gaande was. Ik belde aan, maar David had geen tijd voor mij. Van de trap kwam een meisje gelopen, hij stelde mij aan haar voor, “dit” zei David, “is mijn vriendin.” Helaas doelde hij niet op mij. De dag erna toog ik weer naar zijn huis waar zijn geduldige vader open deed. Met een glimlach nam hij mij eens goed op “klein meisje, David woont hier niet meer.” Met een verbeten glimlach wist ik een “oké, dat geeft niet hoor” eruit te krijgen, en ging mijn eerste liefdesverdriet uithuilen op een bankje. Ik was 8 en wilde geen stewardess meer worden.

De kaasboer

De kaasboer

Hij was het type badboy. Nou moet ik eerlijk zeggen dat dat niet mijn type is voor in het dagelijks leven, maar badboys in de film (Colin Farrell, Johnny Depp…) daar zeg ik geen nee tegen.
Maar tegen deze jongen dus wel, badboys in het echt moet ik niet. Ze hebben niet voor niets “bad” voor hun “boy” staan. En trouwens deze jongen was niet eens knap, maar hij had iets. Iets fouts, iets lelijks wat toch leuk was, iets wat ineens een herinnering triggerde van heel lang geleden.

Ik was hem alweer vergeten: Michel.

De herinneringen aan hem overvallen mij als een tsunami, hoe zijn handen het plakjesapparaat bediende, hoe zijn scheve glimlach mij hartkloppingen bezorgde, hoe zijn litteken op zijn wang mijn vingers deed tintelen. Hoe graag had ik dat schort niet van zijn magere voetballijf gerukt, en mijn armen om zijn slanke wiegende heupen  geslagen. Mijn obsessie voor Michel kostte mijn moeder kapitalen… aan kaas.

Michel was kaasboer bij de Dirk van den Broek bij mij in de buurt. In eerste instantie stond ik verstijfd achter mijn moeder opgesteld, ik bedoel je bent een jaar of 16 en ziet ineens een godheid een pondje kaas wegen. Reden genoeg om vooral niet op te willen vallen.

Helaas was mijn moeder wel zo oplettend en onder zware aanmoedigingen van haar kant ging ik voortaan kaas kopen. Elke dag wel te verstaan. Ik geloof niet dat ze dat helemaal bedoelde toen ze zei dat ik ervoor moest zorgen dat ik hij niet meer om mij heen kon, maar ik lever nooit half werk af. Zo ook niet als het gaat om mannen, en zeker niet als het ging om Michel.

Terwijl mijn ouders op straat kaas uitdeelden, flirtte ik er op los. Wat begon met een stamelend: “pondje kaas, alsjeblieft”, werden voorzichtige aanrakingen van handen bij het aannemen van de kaas, knipogen van hem en alles verblindende glimlachen die van de kassa naar de kaasafdeling 10 meter verderop gingen. Hij kwam zelfs achter de balie vandaan om een praatje met mij te maken. Mijn tienerhormonen hadden het niet meer. Boodschappen doen kon niet “zomaar” meer, in goed overwogen outfits, tot in de puntjes opgemaakt en gekapt ging ik met opgeheven hoofd naar de Super. Waar mijn Michel mij een pondje kaas afsneed, in plakjes, want dat duurde langer.

Tot de dag dat Michel niet meer kwam werken. Één dag niet, één week niet, één maand niet…
Met opgezette en met wallen omringde ogen, verzamelde ik alle moed om te vragen waar Michel was.
Het nieuws was vernietigend: hij had ontslag genomen – zonder het mij te zeggen!- en werkte nu bij een kaasspecialist in Amstelveen.

Halsoverkop propte ik mijn moeder in de auto, en na een zoektocht van een paar uur, had ik mijn Michel weer gevonden. Maar in het donker van de nieuwe kaaswinkel, zag ik de lichte schrik in Michel’s ogen, bij mijn verschijning. We wisselden nummers uit en Michel bleek zo’n 10 jaar ouder dan ik.
En met de belofte om een keer samen wat te gaan drinken heb ik hem gedag gezegd om hem vervolgens nooit meer te zien.

En nu staat zijn look-a-like zomaar voor mij, op de vroege donderdagochtend in de trein. En denk ik met lichte schaamte terug aan Michel. Mijn broodje kaas smaakt naar melancholie vandaag.

The Fling (of Café Zouk)

The Fling (of Café Zouk)

“Doe niet zo apathisch” zei mijn fling, omdat ik mijn kleding demonstratief aan hield. Ik ben allesbehalve apathisch, dus ik kuste hem nog een keer. Mijn fling vond dat we het niet bij kussen moesten laten, hij kon mij (I quote) “nog zoveel spannende dingen leren”. Tenenkrommend.

Thuis zocht ik het op in het woordenboek: -gevoelloos -ongeneigd tot beweging -sloffig -zonder belangstelling -willoos -paf -onverschillig -ongevoelig -onaandoenlijk -mat -inert -indolent -flauw reagerend -afwezigheid van hartstochten. Zoals ik al zei: ik ben allesbehalve apathisch.

Hij stond op station Lelylaan en was dead sexy. Er volgde wat smsjes, wat telefoontjes, een aanstaande date en toen…radiostilte. Nadat ik hem 10 keer had gebeld en 30 smsjes had gestuurd (lees: 3 uur ná het afgesproken tijdstip). Nam meneer geërgerd op “Met D., wie is dit?”.
Deze legendarische woorden hadden bij mij al een belletje moeten doen rinkelen maar nee, liefde is blind, én doof.

4 uur na het oorspronkelijke tijdstip zaten we dan eindelijk in een café. Het was een avond waarin de twinkelingen in mijn ogen alleen maar erger werden en mijn maaltijd onaangetast bleef…
Echter eenmaal buiten bleken mijn vrouwelijke charmes niet het gewenste effect te hebben gehad.
fling “wilde geen relatie, zucht…” hij vond me wel heel leuk, hoor! Reden des te meer om mij wild te kussen. Je begrijpt, ik was head-over-heels, het was net een film waarin Hugh Grant het meisje toch wil hebben…

Meneer fling bleek een acteur, hartstikke beroemd zo zei hij zelf. Daarom wilde hij in Café Zouk ook niet bij het raam zitten maar achterin, we mochten niet hand in hand lopen op straat want de paparazzi zaten hem op de hielen. En dat was ook de reden waarom hij met 30 graden zijn capuchon ophield als hij met mij over straat liep, én zijn achternaam én leeftijd angstvallig stil hield…

Na alweer een stilte van mythische proporties en een faillissement aan sms tegoed, volgde een Oscar-waardig  telefoontje.
Meneer was “gaan zwemmen in water waar legionella bacterie in bleek te zitten, en zijn (waarschijnlijk) laatste avond op aarde wilde hij met mij doorbrengen…” Halsoverkop, maar met inmiddels de nodige argwaan, vertrok ik naar zijn appartement bij het Museumplein.
Meneer de wereldberoemde acteur woonde anti-kraak, sliep op een matras op de grond en zijn achternaam stond naast de deurbel. Er zat geen behang op de muren en de verwarming was kapot. Wel hing er een kindertekening  “Gevelisiteert met jauw verjardag papa”, de leeftijd -36- was keurig versierd.
Nadat meneer Hollywood wit was weggetrokken en hij mij had proberen te overtuigen dat de oplossing tot alle problemen het uitproberen van de Kamasutra was, was voor mij de maat vol… Het doek was gevallen voor onze fling…

Heel soms Google ik Monsieur Eendagsvlieg nog weleens, maar ik kan niks vinden over halfdakloze wannabe acteurs, jammer. Was toch een mooi verhaal geweest voor later…

Welcome back in the game…

Welcome back in the game…

Ik voelde mij single, alsof ik weer mee moest doen in een spel dat ik compleet verleerd was. Gelukkig zijn de spelregels nog steeds hetzelfde gebleven, alleen is het speelveld kleiner geworden. (Iets met leeftijd waar ik het niet over wil hebben…)

De eerste selectie wordt, hoe ordinair, gebaseerd op uiterlijk. Je wilt immers niet met een trol over straat. Karakter komt pas op de tweede plaats. (En daarna naam, geboortedatum, favoriete theesmaakje, kapsel…)

De persoon in kwestie benader je met een leuke openingszin, je zoekt overeenkomende interesses, je gooit wat humor, complimenten en charmes in de strijd. Zwiept wat met je haar.
Je moet vooral niet te hard van stapel lopen (wil je koffie drinken? Nu? Straks? Later op de dag? Vanavond misschien of morgen?) want dan rent je slachtoffer meestal de verkeerde kant op.

Vergeet niet attent te zijn! Geef een compliment over die blouse, vraag hoe het gaat en luister oprecht, met je hart. Koop cadeautjes (die koffie krijg je van mij!) en sms af toe. Eerst overdag, maar dan voorzichtig ook eens ‘s avonds of in het weekend. En dan….Als dat allemaal goed gaat…

Ga je over tot het maken van een “privé” afspraak: misschien kunnen we een keertje samen naar de bioscoop? Aan het antwoord heb je meestal niet zoveel. “Ja leuk” of “moeten we eens doen” zegt nog niks. Als er pas echt een datum geprikt word, kun je spreken van een date! Hoera!

Zenuwslopende passessies voor de spiegel volgen, je wilt zeker niet te laat komen maar ook niet te vroeg. Dat komt zo wanhopig over! En dan is het allesbeslissende moment daar…

Toen ik hier (hier is Maastricht) zo’n anderhalf jaar geleden kwam wonen, wilde ik er niks over horen. Mijn vriend probeerde hier en daar eens voorzichtig het onderwerp aan te snijden, maar koppig als ik was liet ik mijzelf verdrinken in eenzaamheid. Ik ging alleen winkelen, alleen naar de rommelmarkt, alleen naar de boekenbeurs en zelfs alleen Ice-Tea drinken op een zonovergoten terrasje.

Tot de dag kwam, dat er ergens toch iets knapte. Huilend zat ik op de bank; waarom konden mijn Amsterdamse vriendinnetjes niet gewoon mee verhuizen naar Maastricht? Ik bedoel, zo veeleisend was dat toch niet? Friends for life hebben toch alles voor elkaar over?
En daarom, zo snotterde ik verder, vond ik het heel egoïstisch dat ze in hun eigen huizen bij hun eigen vriendjes bleven wonen, ze moesten voor altijd “hieeeehier” komen wonen. Dramatisch snoot ik mijn neus in zijn mouw.

Het werd dus toch tijd voor nieuwe vriendinnetjes, geen vervangers van mijn Friends for Life natuurlijk! Maar Limburgse vriendinnetjes, waarmee ik Limburgse dingetjes kon doen.
Ik moet het spel weer in.

Loading game… Level 1 “Find new Friends”…