Author Archives: Sarah van Dee

Wijze woorden van Julie | Writersblock

Wijze woorden van Julie | Writersblock

Mijn handen zweven boven het toetsenbord “haar naam is…”, ik haal de zin weg. “Ergens in Nice…”, ook die zin haal ik weer weg. Ik tikte: Dit gebeurde niet echt.

Dat was hem, de eerste zin van mijn boek. Euforisch schuif ik heen en weer op mijn stoel, ik heb pas een zin maar dit klinkt veelbelovend! Maar wat nu? Het schrijven van een boek is zo makkelijk nog niet, ik heb ervaring met columns die een duidelijk begin en eind hebben op een pagina. Maar dit is andere koek. Dit eindigt pas over, tja, hoe lang is een gemiddeld boek eigenlijk?

Wijze woorden van Julie | Schrijven over schrijven

Wijze woorden van Julie | Schrijven over schrijven

Heb je al eens een bezoekje gebracht aan Wijze woorden van Julie? Niet alleen kun je daar een aantal hoofdstukken lezen uit mijn aanstaande boek, maar ook blogs over het schrijfproces van het boek. Zoals deze, over hoe ik op het verhaal ben gekomen:

“Hoe ben je eigenlijk op het verhaal gekomen?”, wordt mij steeds vaker gevraagd.
Ik denk wat, zucht wat, draai wat met mijn ogen. En concludeer dat ik geen idee heb.
Het is net als met alles wat ik schrijf, het valt mij gewoon te binnen.

Pippi is de bron van al het kwaad

Pippi is de bron van al het kwaad

Ik haat Pippi Langkous. Al is het alleen al om het feit dat mijn man na het zien van die beelden mijn haren in twee staartjes boven mijn oren houdt, terwijl hij 3 maal 3 is 6 zingt. Een week lang.
Ik weet niet precies wat het is, maar ik heb echt een afkeer voor dat mormel. Wie heet er nou Pippi? En waarom ziet ze er zo achterlijk uit? Ze is vies, ongelofelijk stout en ze overdrijft het zo…

Al toen ik 6 jaar oud was had ik het door: Pippi is niet mijn ding.
Ik kreeg daar zo’n heel raar gevoel van. Mijn ex-vriend omschreef het jaren later als “dat gevoel dat je krijgt als ze bij Sesamstraat gaan zingen”, oftewel plaatsvervangende schaamte.
Kromme tenen. Ik was de enige 6-jarige die daar last van had… Waar de rest van mijn vriendjes en vriendinnetjes over de grond rolden van het lachen, zakte ik erdoorheen…. Het waren eenzame tijden.

Nee, geef mij maar Winnie de Poeh! Naast Teigertje, die een beetje ondeugend is, is Pippi een draaideurcrimineel van het hoogste kaliber. Geen losgeslagen gekken in huis, maar ondeugende dieren met een schuldgevoel, dat deed mijn hartje sneller kloppen.

Door Pippi prik je zo heen. Dit is puur en alleen bedacht om kinderen fatsoen bij te brengen.
Ze ging altijd een tikje te ver zodat je als kind al heel gauw doorhad dat zij niet fatsoenlijk was.
Maar die walgelijk Tommy en Annika waren dat wel… Wat een stelletje naïeve kinderen waren dat zeg, wat een heikneuters!

Terwijl Pippi het behang van de muren trok, keken zij ernaar alsof ze een oorwurm de polonaise zagen dansen…. “Oooh Pippi! Dat mag helemaal niet!” Nee, natuurlijk mag dat niet! Maar waarom grepen die koters nooit in?

Omdat het mieterige, bange, met zichzelf in de knoop zittende kindjes waren. Van die kindjes die van hun mammá thee moeten drinken met de pink omhoog. Kindjes die stiekem ook spijkersoep wilden eten maar zo bang waren voor wat de buitenwereld daar van zou denken dat ze het…het…het niet deden!

Ze moesten perfecte, nette, neurotisch schone kinderen zijn! Het zou mij niks verbazen als die Tommy alleen maar dacht aan sex. Met Annika. Puur en alleen omdat het niet mocht. Omdat zijn gedachten de enige plek ter wereld waren waar hij zichzelf kon zijn. Waar hij stiekem de kouzen van Pippi over het hoofd van Annika trok en wurgsex met haar had.

Pippi is de bron van al het kwaad op deze aardbol. Ik zeg je, elke gek en psychopaat is opgegroeid met die duistere, gitzwarte, ziekelijke Pippi Langkous…

Gelukkig heb ík nog nooit een héle Pippi film gezien…

David

David

Hij was lang, had blond half lang haar, blauwe ogen en was god mag weten hoeveel ouder dan ik. Elke dag belde ik bij hem aan en deed zijn vriendelijk vader open “David? Sarah staat er weer”. Elke dag spraken we over van alles en nog wat, of gingen we (als ik mazzel had) een balletje trappen. Maar vaker bleef het bij die gesprekken in de deuropening.
Mijn god wat was ik verliefd, en hij speelde het spel mooi mee. Beloofde later met mij te trouwen, de piloot, want dat wilde hij worden “later”. En het toeval wilde dat ik stewardess wilde worden, dus 1+1=2, we zouden samen gaan vliegen.

Van hem kreeg ik mijn eerste bandje van Queen. Het was zijn lievelingsmuziek en gezien we samen zouden vliegen, was het wel handig als ik de tekst mee kon zingen in het vliegtuig.
Dagenlang draaide ik het bandje, net zolang tot ik de teksten kon meezingen. Ik had geen idee waar het over ging, dus elke dag belde ik weer aan. Waar ging “I want to break free” over? “Shooting star”? Geduldig legde David de teksten uit, danste op de stoep met een denkbeeldige stofzuiger voor mijn plezier.

Op een dag liep ik weer richting zijn huis, met vragen onder mijn arm, en zag dat op zijn dakterras een feest gaande was. Ik belde aan, maar David had geen tijd voor mij. Van de trap kwam een meisje gelopen, hij stelde mij aan haar voor, “dit” zei David, “is mijn vriendin.” Helaas doelde hij niet op mij. De dag erna toog ik weer naar zijn huis waar zijn geduldige vader open deed. Met een glimlach nam hij mij eens goed op “klein meisje, David woont hier niet meer.” Met een verbeten glimlach wist ik een “oké, dat geeft niet hoor” eruit te krijgen, en ging mijn eerste liefdesverdriet uithuilen op een bankje. Ik was 8 en wilde geen stewardess meer worden.

Help mij mijn boek uitgeven!

Help mij mijn boek uitgeven!

Al een aantal maanden ben ik druk met het schrijven van een boek. De bedoeling is dat dit uitgegeven gaat worden. Het is alleen heel moeilijk om een voet tussen de deur te krijgen bij een uitgeverij.

Maar… Er is hoop dat het sneller kan! Misschien had je het al meegekregen maar misschien ook niet, op http://www.tenpages.com/manuscript/wijze_woorden_van_julie staat het eerste deel van mijn manuscript. Via deze website is de kans vele malen groter dat ik “ontdekt” wordt. Er zitten namelijk een aantal hele grote uitgeverijen op, en een paar grote namen uit de schrijverswereld lezen mee. Waaronder bijvoorbeeld Ronald Giphart.

Echter, er is een addertje bij deze site: Aan het boek hangen zo’n 2000 aandelen a 5 euro per stuk. Deze aandelen moeten binnen een termijn van 4 maanden verkocht zijn, aan minstens 100 verschillende personen. Dan pas wordt het boek uitgegeven.

Daarom heb ik jouw hulp nodig! Je doet mij een groot plezier als je zou willen investeren in een (of meerdere) aandelen. Als het boek flopt (oftewel de 2000 worden niet gehaald) dan krijg je je geld terug minus 1 euro per aandeel.

Ik heb alle hulp nodig die ik krijgen kan, van jou, maar ook van je netwerk! Dus stuur dit ook door, naar vrienden, familie of waar jij ook maar denkt dat het goed zal landen.

Slow Down!

Slow Down!

Gestrekt lig ik in de hal. Met mijn voorhoofd op de koude marmeren vloer adem ik diep in en uit. Ik MOET rustig worden.
Terwijl ik gehaast mijn jas aantrok, de badkamer inrende om mijn tanden te poetsen, de krant las, de kat ontweek, checkte of ik nog smsjes had en mijn haar fatsoeneerde, bleef ik hangen in het hengsel van mijn handtas en daar ging ik. Bridget Jones zou voor me hebben geapplaudisseerd.

Ik wil altijd teveel tegelijk. Het liefst op de momenten dat juist de tijd het niet meer toelaat. Maar ook als ik op een vrije ochtend met mijn koffie in bed zit, kan ik niet achterover zakken om schaamteloos te genieten van As the World Turns.
Lekker niks doen komt niet voor in mijn leventje. Met één oog op de tv, en koffie in de hand, doe ik met de andere mascara op, terwijl ik diep nadenk over de volgorde waarin ik mijn dag ga indelen. Multitasken heb ik tot een kunst verheven.

Luieren is voor mietjes! Ergens in mijn achterhoofd is een stemmetje het volkomen met mij eens… Ik ben geen mietje, met mijn volle agenda, mijn piepende telefoon en de drukte op het werk. Ik leef!

Maar daar op de koude marmeren vloer van mijn huis kwam de omslag: dit-niet-meer. Ik ben wel een mietje. Ik moet niet rustiger worden, ik wíl het. Dit stemmetje moet K-O.

Weg met het volproppen van mijn leven met afspraken die niet haalbaar zijn, weg met rennen en vliegen om overal op tijd te zijn, weg met “moeten”, weg met mensen die een acute hartaanval krijgen als het niet gaat zoals ze het willen, weg met alle energievreters, de zeurders, de schuldgevoelaanpraters. Weg met de agendafunctie in je telefoon, de BlackBerry en “altijd en overal bereikbaar”.

Dan maar iets te laat, met een mascara die goed zit. Dan maar een trein later, zonder bijna mijn been te breken, dan maar niet doen wat een ander wil als ik daar beter van slaap, überhaupt niet meer doen wat anderen willen.
Dan maar niet aardig gevonden worden, dan maar geen “perfect” maar een “goed”.
Ik leef voor mijzelf, ik doe wat ík wil, en ik leg alleen verantwoording af aan mijzelf.

Of ik straks nou aan de hemelpoort sta, mag reïncarneren of terug ga naar aarde om daar in iemands huis rond te spoken, ik wil graag een mooi verhaal te vertellen hebben. Ik wil niet met mijn mond vol tanden staan of, nog erger, euforisch uitweidden over de deadlines die ik heb gehaald… Ik wil vertellen over luie zondagochtenden, over dagen gevuld met de dingen die ik leuk vond… En als er niks is na dit leven?

Dan was dat van mij verdomd eenmalig mooi!

Goedemorgen Maandag!

Goedemorgen Maandag!

Ja. Stop vooral niet als ik over probeer te steken met mijn zoontje, je mag ons wel doodrijden hoor, whatever makes your day!
ROT OP van die stoep, zie je niet dat ik er zo niet langs kan met mijn Bugaboo?
Sorry, wat zei je? Vind je mijn zoontje schattig? Dat is synoniem voor ‘mooi-issie-niet’. STERF.
Zo, jij dacht dat roze en oranje goed matchte? Donder op zuurstok!
Zeg, ziet mijn kofferbak er fijn uit van zo dichtbij? Kun je mijn kentekenplaat goed lezen? Ja? Fijn! Leuk voor jou! Nu opzouten voor ik op de rem trap.

Nee zeg, ga vooral ineens harder rijden als ik je probeer in te halen, eikel!
Hóe blond kun je zijn? Geen wonder dat je man een zonnebril draagt. Die wil de rest van zijn leven nog naar móóie vrouwen kunnen kijken…
Wat zijn dat voor manoeuvres? Een file uitrijden en dan via de linkerbaan je auto er weer doodleuk tussen proppen? Asociale hondenlul!
Jézus, wat voor een slak rijdt er nou weer voor mij! Wat zit er in die bak, een vrouw zeker? Já hóór! Dank je wel, namens alle vrouwen op deze aardbol, dat je onze reputatie weer naar de klote helpt. En kijk effe op van je telefoon ja, als ik je doodstaar.

Wie…! Wat…! Wie dúrft er naar mij te toeteren? Wat heb ik je misdaan? Oh sorry, ik zag niet dat je tof was in die verlaagde afgetrapte kamp-Golf, oh jeetje ja, ik zou mij inderdaad ook zwaaiend en likkebaardend inhalen. Lekkere gladjakker van me, met die vette haren, dikke zonnebril op, maar jij kan goed rijden hé? Kijk je uit voor die oma? LOSER!

Flikker op, met jouw ká scooter, wat zit jij nou te drukken achter mij, ga een helm opzetten voor je die ene hersencel op het asfalt smeert.
Maar natúúrlijk mag jij mij rechts inhalen! Want jij rijdt Audi, en had je rijbewijs in 1 les hè? Of was het bij een pak melk!
Nee, steek jij maar even in de wilde weg over, ik wacht wel. En kijk niet zo verschrikt, zoiets heet een claxon, had je niet verwacht, hè? Dat ik wist hoe ik die moest gebruiken, hè? Ging per ongeluk, ik schrok van die rotkop op die dikke reet van jou!
Wát, voor een rare blouse heb jij aan? Wat zijn dat? Groene rouwbanden om je armen? Mouwen opstropen is voor mensen die zich laten verrassen door het warme weer, niet voor mensen die het hele weekend in de zon hebben gelegen met kokosolie op hun ‘harses’ en dus weten dat het vandaag óók 30 graden wordt.

Lach niet zo dom, ik heb mijn gehoor langer nodig dan vandaag.
Jij.bent.niet.belangrijk. So shut the fuck up!
Doe niet zo vrolijk.
Nee, ik hoef geen koffie.

Ga aan stomme computer…

GOEDEMORGEN MAANDAG!

De Stem

De Stem

Terwijl ik met mijn hoofd tussen de diepvrieserwtjes sta, hoor ik een vreemde ruis. Ik spits mijn oren. Nee! Komt het echt uit het pak aardappelkroketjes? Ik werp een verlegen blik om mij heen en hou het pakje dichter bij mijn oor. De ruis wordt niet harder. Nu lijkt het ineens van links te komen uit het sorbetijs. Ik hou het dichter bij mijn oor. Niets.

Achter mij klinkt ineens een stem “uhm uhm”. Verschrikt kom ik uit de koelkast van de Albert Hein. Afgezien van een fronsende oma naast mij, zie ik de man die zijn keel schraapte niet. Met een “tja”-lachje naar de oma sluit ik de deur van de koeling en staar verder, nu op jacht naar bladerdeeg. “Test 1-2-3”. Ik wacht tot de luidsprekerman van de winkel zijn mededeling verder afmaakt. Bonusaanbiedingen zijn altijd mijn ding. Maar de luidsprekerman zwijgt in alle toonaarden. Ik kijk weer naar de oma, “Nou!” zeg ik, “Kennelijk is er niets in de aanbieding”. De oma staart mij niet-begrijpend aan en begint nu angstig achteruit te schuifelen richting haar man. Vanuit mijn ooghoeken zie ik haar op haar voorhoofd tikken en schuifelen ze samen, terwijl ze angstig naar mij lachen en knikken, het gangpad uit.

Ik zucht. Die bejaarden van tegenwoordig kunnen ook niets meer hebben. “Hallo? Sarah?”. Ik draai mij glimlachend om, maar zie niemand. Ik slik moeizaam. Het pak vissticks glipt uit mijn handen op de grond en ik voel het bloed uit mijn gezicht lopen. Zo voelt het dus, als je gek wordt. Maar ze zeggen toch altijd dat gekken niet door hebben dat ze gek worden? Zou ik dan toch een postnatale depressie hebben?

Ik zie een vrouw een Albert Hein medewerker aanspreken, de medewerker kijkt wat in de schappen en schud verontschuldigend zijn hoofd. De mond van de vrouw valt open. “Oh nee! Wat nu?” vraagt ze hem. Plots is daar de stem weer “Terwijl ik naarstig op zoek ben naar het laatste pakje bladerdeeg (wie gaat er dan ook boodschappen doen op 24 december?), stort er naast mij een kerstdiner in. De duidelijk aangedane vrouw, vertrekt met een pakje Van Dobben kroketten in haar handen…” Het bloed stijgt vanuit mijn tenen mijn gezicht weer in. De stem! Hij is er weer! De reden van mijn bestaan, de motor achter mijn (uhm uhm) schrijfcarrière. Hij was zo lang weggeweest dat hij ietwat krakerig en hees was en daardoor had ik hem niet herkend. Hallo, oude vriend, ik heb je gemist. Zou mijn writersblock dan zijn opgeheven? Ik maak de medewerker zijn pen afhandig en, terwijl ik de Albert Hein word uitgesleept door de beveiliging, begin ik te schrijven “Terwijl ik met mijn hoofd tussen de diepvrieserwtjes sta”…

7 November

7 November

Ik sla de dekens terug en omarm mijn buik. Baby zit er nog steeds in. Vandaag is het 7 November, D-day. Hier hebben we 40 weken lang naar uit gekeken, en altijd hebben wij geroepen dat baby eerder zou komen: zéker 2 weken voor de uitgerekende datum! Maar inmiddels begin ik te geloven dat deze baby er niet uit gaat komen. Zit er wel eentje in die buik? Ter bevestiging krijg ik een flinke por. Gelukkig, ik ben niet gewoon dik.

Tijdens het ontbijt kijken we elkaar aan, 9 maanden wachten op deze dag en nu is het zo ver! Ik had vanmorgen wel wat kramp, maar dat heb ik al 3 weken. Waar ik daar de eerste keren behoorlijk van in paniek raakte en vervolgens de hele nacht wakker lag, draai ik mij nu nog eens om. Ik hoor het wel, maak me maar weer wakker als je écht gaat komen.

Een ding is zeker, binnen nu en 2 weken zijn wij papa&mama, hebben wij die kleine trappelaar daar binnen in onze armen liggen. Spannend. Eng. Kriebels. Onwerkelijk.

Ons leven voelt een beetje alsof we in de wacht staan. Je zit nog in je “oude” situatie, en elke dag zou weleens de “nieuwe” kunnen worden. Elke nacht loop ik langs jouw kamer (zeker zo’n 5 keer), en denk ik dat jij daar misschien binnen een paar uur wel ligt.
Maar tot dan sla ik elke dag de dekens terug, omarm ik mijn buik en wachten we…