Category Archives: Gezondheid

Twee Bakjes Haring

Twee Bakjes Haring

Ik ga liggen op de mat en sluit mijn ogen. Mijn ademhaling wordt dieper en ik probeer te ontspannen. “Ontspan”, zeg ik tegen mijzelf. Ontspan. “Ik heb een haat-liefde verhouding met de eindontspanning van de yoga. Ik wil het zo graag maar tegelijk voelt het als verspilde tijd, een beetje liggen niksen op dat matje… “ Oh nee. Dat was de voice-over van mijn leven, die slaat altijd op de vreemdste momenten aan. Ik probeer hem te sussen met wat ‘mantra’s’; het is maar een gedachte, observeer en laat het gaan. Concentreer je op iets anders. Op je ademhaling: Adem in. Adem uit. Adem i… Daar verschijnt collega S. ineens: don’t mind me zegt ze. En ze lacht eens lief.

S. mag blijven, zij is een echte yogi. En dús goed voor mijn ontspanning beslis ik. Maar eh… moest ik niet aan ‘niets’ denken? Sorry S. *hup* mijn hoofd uit!

Ik focus opnieuw op mijn ademhaling. Adem in. Adem uit. Adem in. Adem uuiii… zou ik dit ook een keer in een plog op kunnen nemen? Ik bedoel zou het héél gek zijn als ik nu even gauw een selfie van mezelf neem waarop ik doe alsof ik er waanzinnig ontspannen bij lig? Maar dan moet ik nu wel even mijn mede-cursisten misschien waarsch…AAAH! Zwijg daarboven! FOCUS. Op de muziek dan maar, als de ademhaling niet werkt!

Dit is mooie muziek. Fijn Hindoestaans gewauwel dat ik niet versta. Geen touw aan vast te knopen. Voer mij weg van de hectiek in mijn hoofd op deze rustgevende tonen, heeeerl…

“Haring…”

Oh nee. Zeg dat het niet waar is. Zit er een Mama Appelsap in dit liedje?! Vastberaden zingt de dame opnieuw “Shaaaanti, shaaanti…twee bakjes haring”. Krampachtig leg ik mijn handen op mijn gezicht, maar het is al te laat. Mijn mondhoeken krullen omhoog en gegiechel stijgt uit mijn binnenste op. Ik probeer mij te herpakken; niet lachen niet lachen niet lachen.
“Twee bakjes haaaaring” klinkt het en dan heel vastberaden; “Cúrry met haring, curry met haring”. Ik ben verloren, ik geef het op. De poorten van het Nirvana blijven wederom voor mij gesloten. Maar mijn ogen niet. Die zijn wagenwijd open en staren verbijsterd naar het plafond. Er is net een kwartje vallen. Keihard. Want wat als mijn Nirvana niet uit stilte bestaat, maar juist uit woorden?

Tegen alle yoga regels in spring ik overeind en sprint sputterend het lokaal uit. Ik heb mijn inspiratie al op veel vreemde plekken gezocht maar het lag weer eens op de meest onwaarschijnlijke: in twee bakjes Hindoestaanse haring op een yogamat.

Slow Down!

Slow Down!

Gestrekt lig ik in de hal. Met mijn voorhoofd op de koude marmeren vloer adem ik diep in en uit. Ik MOET rustig worden.
Terwijl ik gehaast mijn jas aantrok, de badkamer inrende om mijn tanden te poetsen, de krant las, de kat ontweek, checkte of ik nog smsjes had en mijn haar fatsoeneerde, bleef ik hangen in het hengsel van mijn handtas en daar ging ik. Bridget Jones zou voor me hebben geapplaudisseerd.

Ik wil altijd teveel tegelijk. Het liefst op de momenten dat juist de tijd het niet meer toelaat. Maar ook als ik op een vrije ochtend met mijn koffie in bed zit, kan ik niet achterover zakken om schaamteloos te genieten van As the World Turns.
Lekker niks doen komt niet voor in mijn leventje. Met één oog op de tv, en koffie in de hand, doe ik met de andere mascara op, terwijl ik diep nadenk over de volgorde waarin ik mijn dag ga indelen. Multitasken heb ik tot een kunst verheven.

Luieren is voor mietjes! Ergens in mijn achterhoofd is een stemmetje het volkomen met mij eens… Ik ben geen mietje, met mijn volle agenda, mijn piepende telefoon en de drukte op het werk. Ik leef!

Maar daar op de koude marmeren vloer van mijn huis kwam de omslag: dit-niet-meer. Ik ben wel een mietje. Ik moet niet rustiger worden, ik wíl het. Dit stemmetje moet K-O.

Weg met het volproppen van mijn leven met afspraken die niet haalbaar zijn, weg met rennen en vliegen om overal op tijd te zijn, weg met “moeten”, weg met mensen die een acute hartaanval krijgen als het niet gaat zoals ze het willen, weg met alle energievreters, de zeurders, de schuldgevoelaanpraters. Weg met de agendafunctie in je telefoon, de BlackBerry en “altijd en overal bereikbaar”.

Dan maar iets te laat, met een mascara die goed zit. Dan maar een trein later, zonder bijna mijn been te breken, dan maar niet doen wat een ander wil als ik daar beter van slaap, überhaupt niet meer doen wat anderen willen.
Dan maar niet aardig gevonden worden, dan maar geen “perfect” maar een “goed”.
Ik leef voor mijzelf, ik doe wat ík wil, en ik leg alleen verantwoording af aan mijzelf.

Of ik straks nou aan de hemelpoort sta, mag reïncarneren of terug ga naar aarde om daar in iemands huis rond te spoken, ik wil graag een mooi verhaal te vertellen hebben. Ik wil niet met mijn mond vol tanden staan of, nog erger, euforisch uitweidden over de deadlines die ik heb gehaald… Ik wil vertellen over luie zondagochtenden, over dagen gevuld met de dingen die ik leuk vond… En als er niks is na dit leven?

Dan was dat van mij verdomd eenmalig mooi!

Het infuus versus de tumor

Het infuus versus de tumor

Zo’n 3 seconden na het verzenden van de sms hangt vriendin M. al aan de telefoon. Ze dacht ze belt mij maar even. Waar ik was. En ik, die zei dat ik maar bleef zitten aan mijn bureau omdat anders mijn ontvangst zou wegvallen “haha”. Ze zei dat ze het niet anders kon zeggen, dan gewoon recht uit, zoals het was. Als ik niet beter wist, zou ik denken dat ze het uitmaakte.

Haar stem breekt, “het is niet goed Sarah. Echt niet goed.”

Wat doe je dan? Wat kun je dan? Behalve naar haar stem luisteren die het verhaal verteld van de tumor die de arts aantrof op de echo. Een tumor van 18 cm doorsnee. Wat doet zo’n meloen (haar woorden) in mijn vriendinnetje? De enige meloen die daar hoort te zitten is een echte, maar dat zou niet goed zijn als ze een echte meloen, in zijn geheel, in haar buik zou hebben zitten.

Beelden van gestreepte meloenen in M.

M. die een complete meloen verorbert. Ik dwaal af.

Zij dwaalt ook af. Zij ziet alles voorbij komen, zij voelde de wereld onder haar verdwijnen en ik alleen mijn bureaustoel.

Maar toch zag ook ik alles voorbij komen, zelfs de operatie waar ze over spreekt die nog niet eens plaats heeft gevonden. Zelfs de pyjama’s die ze vanavond gaat kopen “voor in het ziekenhuis”.

En ik weet niet eens wat voor pyjama’s M. draagt. Maar ik weet wel dat ze een tumor heeft.
Ik weet ook dat ze van Thais soms moet overgeven en het toch blijft eten. Ik weet dat ze dol is op zoute drop. Dol is op D. haar vriend, dol is op haar katten, op reizen, dol is op fotografie en mijn passie deelt voor boeken. Dol is op series. Dol is op relativeren.

Dus het is niet zo erg, ze gaat alleen maar naar het ziekenhuis voor een MRI, CT scan, enge dokters en onzekerheid. Zij is niet bang voor die tumor, haar meloen, zij is bang voor het infuus. Een miezerig klein naaldje jaagt deze powervrouw de stuipen op het lijf.

En dat lijkt mij een prima deal. Het infuus versus de tumor.

Dat verliest die meloen garandeert. Heb ik wel eens bij Brianiac gezien. En alles wat ze daar zeggen en doen is waar. Want dat komt op Discovery channel.

Dus lieve M. maak van jouw angst jouw wapen, hef het zwaard, prepare for battle. We might be in for a bumpy ride. But so was Joan of Arc.

Stilte voor de Storm

Stilte voor de Storm

Met de slaap in mijn ogen staar ik naar het kartonnen staafje, ik draai het in het licht op zoek naar dat 2e streepje. Niks. Zuchtend kruip ik het bed weer in waar de liefde nog in een diepe slaap verkeerd. Na 5 minuten gaan mijn ogen weer open, ik kan de slaap niet vatten. Zal ik toch…? Ach, wat kan het kwaad? Ik gris het staafje van mijn nachtkastje en trippel op blote voeten naar de keuken. Mijn hart slaat een paar slagen over, een glimlach verschijnt samen met het zien van dat 2e blauwe…donkerblauwe streepje.

Eenmaal terug in bed grijns ik naar de liefde, die in slapende onwetendheid verkeerd. Ik besluit hem niet wakker te maken. Hij was zo moe, en we gaan nog genoeg vroege ochtenden krijgen. Giechelend lig ik op mijn rug, ogen staren naar het plafond en mijn hand zakt automatisch naar mijn buik. Hallo kleintje. Ik ben je mama. Naast ons ligt je papa nog te slapen. Ben je daar echt? Ben je een jongetje of een meisje? Hoe moeten we je noemen? Allemaal vragen die de vlinders in mijn buik doen dansen.

Naast mij is beweging, ik geloof niet dat ik geslapen heb. Niet echt althans. Ik wacht tot hij zijn ogen open doet en hou het staafje onder zijn neus. “Kijk!”. “Wat is dat?” is zijn verraste reactie. “Dat is dat we papa en mama worden! Leuk hè?”. Tranen. Niet de laatste kan ik je vertellen. Tja, wat doe je op de ochtend dat je net hebt ontdekt dat de grootste verrassing van je leven in je buik groeit? In bed liggen, Animal Planet kijken, nog meer tests doen en lachen. Veel lachen.

Gisteren hebben we jou voor het eerst gezien. Ik bekijk de foto’s keer op keer. Jij bent het echt, van alle kindjes in de wereld, is de allermooiste voor ons bewaard gebleven.

Pornomore

Pornomore

“En dit is de pornomore”. Ik knipper een paar keer met mijn ogen, zei ze nou echt ….?
Ik kijk naar het proefmonster dat de lippotlooddoos enthousiast omhoog houd: “Pores-no-more”. De vieze vuile poederslet! Ze denkt dat ik last heb van verwijdde poriën puur en alleen gebaseerd op het feit dat ik vandaag een pukkel op mijn kin heb.

De schande! Met welk recht denkt deze oogschaduwmuts, deze Douglas-trol, mij wijs te maken dat ik een probleemhuid heb? Ik zoek een moederdagcadeau, maar deze kwast denkt twee vliegen in één klap te slaan door mij nu zo onzeker te maken dat ik acuut met de hele Dr. Brand lijn de deur uitloop.
Vals lachen twee, met lippotlood omrande, lippen mij toe.

Fascinerend. Wat is de motivatie van een vrouw van 60 -die bij de Douglas werkt!- om anno 2009 te denken dat lippotlood zonder lipstick nog kan in deze wereld van smokey eyes en naturel kleuren? Dacht ze zo in de tijdmachine te kunnen stappen naar dimensie “jeugd” en mij, make-up leek, zand in de ogen te strooien? Dacht ze werkelijk dat haar uitgezakte boezem, haar dunner wordende haar en de ranzige rookrimpels om haar lippen ongezien zouden blijven door een stuuclaag aan foundation?
Well guess what? Lijkt er op dat Professor Barabas zich vergist heeft. “Next stop: dinausaures!”

Terwijl de Douglas-trien haar kennis etaleert met krachttermen als “elasticiteit”, “V-zone” en “dermatologisch getest” tracht ze mij een crème aan en op te smeren.
Hoog tijd om deze wereld, waarin posters van Charlize Theron aanbeden worden met kaarsen, gestoken in lege lipstickhulzen, mantra’s over Bourjois en Chanelflessen, te verlaten.

Ik onderbreek de spraakwaterval in haar lezing over Dr. Brand – “waanzinnige dermatoloog, 5e op de wereldranglijst, prachtige, práchtige man van binnen.” – en meld haar de “Pornomore” wel te willen.

Monster “Roz” kijkt van het proefje naar mij en weer terug. “Porrrr-nooo-mooorrrrrr” probeer ik, “die gebruikt u zelf ook?”. Ik zie een barst verschijnen in de kalklaag als zij niet-begrijpend haar wenkbrauwen optrekt.
“Voor meer elasticiteit in de “V-zone?” ”, terwijl ik haar een wulpse blik toewerp.
Acuut springen er 3 nieuwe rimpels in haar geplamuurde gezicht, Dr.Brand heeft nog veel werk aan haar.

Afzeggen

Afzeggen

Ik ben hier zo slecht in, al 3 keer heb ik het nummer opgespoord in mijn mobieltje en zelfs opgeschreven in stappen wat ik ga zeggen. Maar het ging zoals wel vaker, totaal mis. Mijn improvisatie vermogen nam een loopje met me, ik kletste uit mijn nek…

– “Hallo, hallo met Sarah van Dee spreekt u! Wij hebben morgen een afspraak…geloof ik…”

* “Hé hallo daar! Ja dat klopt”

– “Ik geloof dat ik jullie, uuh je, uuh, ú moet gaan teleurstellen”

* “Oh wa…”

– “…want inmiddels, laatst, recentelijk heb ik een nieuwe tandarts gevonden, een man die gestudeerd heeft voor tandheelkundige. Heel leuk. Jaja…”

– “…dus nu kan ik niet meer bij jullie op controle. Nou het kan wel, maar dat slaat nergens op, ik heb een andere man die naar mijn tanden kijkt nu, niet dat het niet interessant zou zijn, maar ik verdoe mijn tijd. Ik zou kunnen uitslapen, winkelen, niksen uuuh enzo…”

* “…”

– “Vlakbij mijn huis, in Maastricht, ik kan er heen lopen of op de fiets! 5 minuten niet zoals naar u, drie kwartier die rotberg op. En mijn vriend was heel blij, haha gek hè? Maar dat interesseert u natuurlijk niks, of nou ja wie zegt dat u niet geïnteresseerd bent? He? Ik geloof dat ik moet ophouden met praten”

– “Zei ik dat hardop?”…

* “???”

– “Ik wens u een fijne toekomst en misschien nog tot een dag!”

Verfrommelt staart mijn papieren stappenplan mij aan. Nou, dat ging best redelijk. Denk ik, prima, ongeveer, toch?

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet

“Poeeesieie, poes, poesiepoes, poesiepoespoespoes, poesiepoes, poesiepoes, poesie poespoespoes, poesiepoespoespoes, poesiepoés poes poés poes…poespoespoes” zing ik in de keuken (eigen werk op bestaande melodie van Andre Rieu), mijn vriend staat mij van een meter afstand verbijsterd aan te kijken.
Voor wie zing ik?! Voor de poes natuurlijk! Ah, algauw blijkt dat ik een fles Cola een serenade aan het brengen was en niet de poes.

Ik zie slecht en niet zo’n beetje ook! Zonder lenzen ben ik een gevaar voor mezelf en de samenleving. Lange tijd ben ik in ontkenning geweest. Ja, ik zag slecht, maar zag er slechter uit met bril.

Zo’n 7 jaar heb ik rondgedwaald in een schemerwereld, gevuld met wazige verkeersborden (kunnen die dingen niet groter?!), vreemde aantekeningen (“wat staat er?!”) en hoofdpijn… Op straat zwaaide ik naar iedereen (hé tante Truus!), en rond Sinterklaastijd zag ik alle kleurrijk geklede mensen aan voor zwarte piet, één keer ben ik zelfs Marco Borsato tegengekomen in een tuincentrum. Tot grootte schaamte van mijn moeder bestormde ik, knijpend met mijn oogjes, de onbekende man, die mij verschrikt aankeek. Nou wil ik niet afgaan, en hou ik tot de dag van vandaag vol dat het “echwel” Borsato was, waarbij mijn moeder nog steeds zachtjes haar hoofd schud…

Hoe vaak heb ik wel niet een jongen aangestaard in een discotheek (die lijkt écht op Brad Pitt) om vervolgens, van dichterbij dan mij lief was te constateren dat hij écht niet op hem leek! Mijn moeder vreesde dat ik op een goede dag met een echt monster thuis zou komen dus werd het tijd voor rigoureuze maatregelen: of ik moest voor de rest van mijn leven thuis blijven of ik nam lenzen.

De opticien keek me verbijsterd aan “hoé lang loop je al zonder bril?”, nadat de man een dwangbevel had geregeld zodat ik nooit meer zónder de deur uit zou gaan, gingen de lenzen in. Ineens bleek de leraar Tekenen een wonderschoon wezen te zijn, de leraar Scheikunde écht niet en mijn lievelingsserie was dus toch ondertiteld…

Inmiddels draag ik ze al 9 jaar mijn vriendjes. Dankzij hen is de wereld een stuk mooier en ik ben een stuk veiliger voor de wereld. We zijn onafscheidelijk tot diep in de nacht als het moet.
Maar ‘s ochtends als ik -“au naturel”- voor de Cola fles zing, of mijn handtas aai in plaats van poesiepoes, dan moet ik lachen. Het leven is één grote verrassing zonder lenzen!

Wortels en Bloemkolen

Wortels en Bloemkolen

“oh maar dan gaan de kilo’s eraf vliegen” stelt mijn collega A. als ik hem vertel over mijn allergiedieet. Juichend steek ik mijn handen in de lucht om ze onmiddellijk weer te laten zakken als ik de woedende blikken zie van mijn vrouwelijke collega’s. Vlug! Zeg iets cosmo-like! “Maar ik hoef niet af te vallen hoor, ik ben blij zoals ik ben”.

Wat is dat voor een onzin? Waarom zou je als vrouw niet hardop mogen zeggen dat je wilt afvallen? Dat je blij bent zoals je bent, maar nog blijer met 5 kilo minder.
Ik heb eerlijk gezegd niets te klagen, ik heb maatje 38. Maar mijn bovenbenen hebben het soms nog knap benauwd in mijn broeken. En ik wil geen putjes zien als ik ga zitten. Mijn buik puilt over mijn broeken en mijn armen flapperen als ik zwaai….

Dit is de waarheid. De waarheid is echter ook dat ik mooie jurkjes aan kan, dat een mini-rok ook past als ie maar niet te mini is. En de waarheid is zeker; dat elke vrouw die zo hard roept dat zij tevreden is met zichzelf dat diep vanbinnen niet is.

Ik ben ervan overtuigd dat degenen die het hardste schreeuwen dat ze zooo blij zijn met hun vetkwabben en sluike haar thuis opgerold in bed liggen huilen, dartpijltjes gooien op de bikini-poster van Gisele Bündchen, de spiegels hebben afgeplakt, en hun echtgenoten al jaren sex ontnemen…Zij zijn de laatste mensen op aarde die hun visite nog wortels en bloemkool als snack aanbieden.

Kan het erger? Ja…
Misselijkmakend zijn de maatjes 32 “ik-ben-blij-zoals-ik-ben-maar-zo-dun-ik-moet-aankomen(-vind-ik-zelf”) al kauwend op een cracker…
Rrrright…

Dit zijn de types die je verbijsterd aankijken als je enthousiast zegt dat je 2 kilo bent afgevallen. Zij zijn degenen die je pas echt rot over jezelf doen voelen.
Sprietjes “Maar…je hoeft toch helemaal niet af te vallen?”
Wij: “Nee, maar er moest toch een beetje vanaf”

Houd je bek stomme rotplank!
Want deze grietjes zuchten en steunen als ze een kilo zijn afgevallen. “Oh jeetje, nu staat mijn xxs’je niet zo mooi meer”. Waar wij weken over doen, lukt deze tantes al als ze de krant lezen. De grootste ergernis is wel het “ik eet alles maar het komt er maar niet aan”-syndroom. Nee, ik zou ook niet aankomen als ik alleen het glazuur van de M&M’s sabbel, de vulling van de kroket laat liggen, alleen de verpakking van Mars uitlik en wortels mijn lievelingseten zijn. Wortels worden zo overschat.

En ze sporten als gekken, die lijntjes, want die wortels komen er aan en dat willen ook de maatjes 32 niet. Vol walging kijken zij naar ons maatje 38. Hoe onze kleine sierlijke, vrouwelijke kwabbetjes dansen op het ritme van ons sprintje naar de bushalte. Hoe onze navels de wereld gedag zeggen in een te kort truitje, hoe onze armen vrolijk wapperen in de lucht als een soort natuurlijk aircosysteem.

Maar heimelijk verlangen deze vrouwen er ook naar om net als wij een Mars, M&M’s en ijs te eten in 1 uur en om een vriend te hebben die je zacht plagend in je “kipfileetjes” knijpt…
Wij maatjes 38 hebben het zo slecht nog niet.

Komt een vrouw bij de dokter

Komt een vrouw bij de dokter

Hoe kun je de dag beter beginnen dan met je twee borsten in de handen van een vreemde man. Maar helaas, in mijn geval was het de huisarts. Een hele warme, vriendelijk man met ontzettend koude tengels! Mijn borsten gingen dus al heel gauw in protest, hoe gênant. Stiekem hoopte ik dat het enigszins erotisch zou zijn als een onbekende man zijn vingers over mijn tepels zou laten gaan, maar ik ben weer een illusie armer. Mijn dag begon koud en erotiekloos.

Hoe anders zal dat zijn als ik en mijn vriendje gaan samenwonen! Dan zouden we elke dag ruige sex hebben, dan zou ik met mijn orgasme blosjes de trein pakken, hello passengers, I’ve just had sex. En elke dag weer zouden mensen me aanstaren, wat heeft zij wat ik niet heb? Elke dag sex dus…

Helaas is dit nog even niet het geval, dus tot die tijd behaal ik mijn euforie uit het helpen van toeristen die verdwaasd naar de kaartjesautomaat staren. Om mij daarna te knuffelen (dit lichamelijke contact is heel belangrijk in sexloze periodes) omdat ze nu eindelijk hun dagretourtje amsterdam-utrecht hebben. En vervolgens staren ze, vanaf hun perron, naar mijn euforie blosjes en vragen ze zich af, wat heeft zij wat de rest van de bevolking niet heeft? Geen sex…

Up yours Honolulu!

Up yours Honolulu!

Dat kleine detail waren ze even vergeten te vertellen. Hoe kun je, in vredesnaam, iemand vergeten te vertellen dat er een buis in haar anus gaat verdwijnen van 30 cm lang en zeker 2 cm doorsnede? In het ziekenhuis dus.
Nadat ze mij 1 uur lang in de wachtkamer hadden laten zitten, ging ik maar even polshoogte nemen bij de receptie. Waarom duurde het zo lang? De olijke receptioniste lachte me toe, er was inderdaad een sproetje tussen door gekomen maar ze ging het roggelen voor me. Zucht.

Een frisse boerenjongen arts genaamd Frederik loopt op me af. Oh nee, denk ik. Hij is veel te leuk en fris om naar mijn anus te mogen kijken.
Hij begeleidt mij naar mijn kleedcabine, of ik alles uit wil doen behalve mijn beha en sokken, en dan vervolgens dat groene schort wil aan doen. Ik kijk geschokt. We gingen toch alleen röntgenfoto’s maken van mijn buik? En nu moet ik een billen-bloot-schort aan?
Of ik wel wist wat de ingreep inhield vroeg de boerenbonte arts op serieuze toon. “Ingreep?” hyperventileer ik.
“F-f-foto’s maken?” stamel ik.
Maar nee; eerst brengen ze een buis voorin in, en daarna achterin en dan moet ik poepen op “de troon” zoals ze hem hier intern noemen, grapt de boerenbonte arts. Ik was echter nog in shock blijven hangen bij “we brengen een buis aan in uw vagina”.
Als de arts mij alleen laat om mij om te kleden realiseer ik dat ik niet meer weet wat er nou uit moest, of aan… Verdwaast trek ik dat schort aan. De arts begeleidt mij de kamer in, waar 2 andere artsen zijn. Nog meer artsen? Ik schuifel vertwijfeld weer achteruit…

Er is maar 1 oplossing in deze situatie. Doen of ik niet besta. Doen of deze situatie niet gebeurd. En zo geschiedde het.
Terwijl ik op de tafel lag en de vrolijke doch bezorgde artsen buizen inbrachten en mij vroegen naar mijn hobby’s, zat ik op Honolulu. Weliswaar met een buis in mijn anus, (op mysterieuze wijze lukte het mij niet die weg te denken) maar hé, er gebeuren wel vreemdere dingen op Honolulu.

“Zo!” Roept de arts uit, “dan mag je nu poepen! Op de troon, daar keek je natuurlijk wel naar uit hè?” Ik geloof niet, dat deze arts door heeft dat ik 25 ben. Ik schuifel richting de troon en merk verschrikt op dat er achter het anti-stralingsscherm nog 2 co-assistenten staan…die naar mij zwaaien…
Terwijl ik plaats neem op de troon, doe ik mijn uiterste best om onzichtbaar te worden: dit gebeurd niet, ik ben hier niet, waar ligt Honolulu ook al weer?
“Jaaaa” roept de arts “toe maar! En stop maar! En persen! En ophouden! Ennnnnn….laat maar gaan!”

Finally, mag ik hier weg. De co-assistenten houden hun duimen bemoedigend omhoog en de arts zwaait nog even. Dag Honolulu. Daar ga ik dus nooit meer heen!