Category Archives: Frustraties

Wie is de chef?

Wie is de chef?

Een stelletje gefrustreerde hotelschool dropouts, gaat voor elkaar koken, elkaar bekritiseren, afkatten en ondervragen, totdat ze er achter zijn wie het diploma chef-kok heeft behaald. Ja, ja ik bedoel inderdaad het immer populaire programma Wie is de chef.

Elke keer weer kijk ik met verhoogde irritatie naar dit waardeloze programma. Niet alleen zouden ze sommige mensen moeten verbieden om zich hier voor aan te melden (“ik kom uit een trotse jagersfamilie en als oudste kind heb ik duiven leren slachten”), maar ze moeten ook écht het tijdstip van uitzenden wijzigen.

Want het is een ware kwelling om 16:27 uur, om naar rollades, biefstukjes, couscous en de meest waanzinnige toetjes te kijken. Kwijlend dwaal ik door mijn huis op zoek naar iets wat lijkt op een Tarte Tatin, een Peking Eend of een Coque au vin. Helaas tref ik in mijn kasten alleen de ingrediënten voor geroosterd brood met Pindakaas, hoe frustrerend.

Op tv gaat de strijd ongemoeid door. De concurrentie tussen de wannabees is moordend!
Er word gekeken naar opmaak van de borden, het dekken van de tafel, de kooktechnieken, merk schort en pannensoorten om tot de ontdekking te komen wie dan wél beroepsmatig in de keuken staat.

De amateurschefs zoals ze zich noemen, bruisen over van keuk&kook-wijsheden.
Commentaar als “de spinazie zag er niet uit, hij glansde niet”, “het mag wat smeuïger”, “ik vind het teveel een smaakexplosie”, “de componenten passen niet”, “ik vond het heel apart dit had ik niet verwacht” moeten je doen geloven dat deze mensen meer van koken weten dan jij (zielig persoon met je geroosterde boterham met pindakaas op de bank).

Wie het programma wat vaker ziet heeft inmiddels wel door dat er altijd een tussen zit die alles beter weet, en als dat nou de chef-kok was…

Ik denk persoonlijk dat dit de meest gefrustreerde van het stel is. Hij of zij is aan de hogere hotelschool begonnen met als enige doel 6 Michelinsterren te behalen en is na dag 3 huilend uit de keuken vertrokken omdat zijn creatieve kookgeest niet genoeg gewaardeerd werd.

Let maar eens op, deze persoon gaat altijd in de keuken kijken, ongevraagd proeven en voorziet alles van ongezouten (keuken-humor) kritiek. De sausjes zijn te flauw, het vlees niet goed gesneden, en “persoonlijk” zouden ze het niet zo hebben gedaan.

Maar wat mij verbaast is dat elke aflevering weer, de chef-kok al vanaf het eerste diner gespot is door de rest.
De chefs halen tevergeefs complete trukendozen te voorschijn om niet door de mand te vallen. Nepnagels voor de vrouwen, neplevens, nepnamen, nepberoepen, ze branden het eten aan of serveren vieze borden op. De amateurs ruiken gelijk onraad.

Amateurchefs worden zonder pardon neergesabeld “zij is niet de kok, ze zocht wel erg veel naar bevestiging” terwijl de chef de hemel in geprezen word.

Het is tijd dat hier verandering in komt, dit programma verdient een oppepper.
Ik denk dat ik, ja ik, mij ga inschrijven. Het menu heb ik al helemaal klaar.

Vooraf een heerlijke Hollandse garnalen cocktail, gevolgd door mijn specialiteit: spaghetti met knakworst en ketchup. En als afsluiter, une (mislukte) omelette Siberienne.
Dit is alles opgediend op een bevlekt tafelkleed, en kattenharen in de wijnglazen… Dat word pas tv! Ik zie de amateurchefs al totaal verward in de finale zitten als ze ontdekken dat ik niet de chef ben, maar ik gewoon écht niet kan koken… eat that!

Regen, regen, regen

Regen, regen, regen

Ik zou kunnen gaan schuilen. Maar inmiddels ben ik al zo nat geregend dat schuilen toch geen zin meer heeft. Van mijn pet druppelt de regen naar beneden, en ik denk: wie is er boos op mij? Wie is er zo boos op mij dat ik het verdiende er als een verzopen katje uit te zien?

Ik had dit aan kunnen zien komen natuurlijk. In mijn horoscoop stond dat door de gebeurtenissen van vandaag ik iets belangrijks kon leren over mijzelf of mijn gedrag. Het was dus zaak mijn oren en ogen goed open te houden.

De zon scheen nog toen ik mijn voordeur op 4 hoog dichttrok, halverwege de 2e verdieping zag ik al wat druppels en eenmaal buiten regende het pijpenstelen.
Maar ik, koppig als ik ben, ben stug naar de supermarkt gelopen waar ik het voor elkaar kreeg om alle worsten uit een stelling te laten vallen.
Waardoor ik genadeloos werd geconfronteerd met de ware aard van worsten en ze, verwilderd als ze waren, met twee handen in bedwang moest houden terwijl ik hard om hulp riep. Vervolgens schuifelde ik met rood hoofd achteruit weg, nadat ik tegen de vakkenvullerjongen had gestameld dat ik zijn worsten had laten vallen, om mij vlug te verdiepen in de wondere wereld van sinaasappelsap.

Eenmaal bij de kassa kon ik terug naar het koelvak omdat het pak sinaasappelsap zo aan mijn hand kleefde dat het me verstandig leek een andere te halen, ik het vervolgens op de terugweg naar de kassamadam liet vallen, én bij het betalen alles uit mijn jaszak liet donderen behalve mijn pinpas. Waarop de caissière heel wijs meldde “er valt iets…” Bliep.

Op de terugweg regent het nog harder. En terwijl ik mij afvroeg, wat ik de wereld had misdaan begon het nog harder te regenen. Een meisje sprong droog vanuit haar auto onder een afdakje en ik liep als een doorweekte kroket door de verlaten straat. Het is zo duidelijk dat deze regenbui voor mij bedoeld is.

Boos kijk ik vanonder mijn pet naar de lucht: O-K! Ik zet de boodschappen met een plof op de grond en begin als een gekooide leeuwin op en neer te lopen.

Wie is het, wie heb ik zo pissed off gemaakt dat het vanuit hiernamaals zeikt van de regen, op mij? Mijn oom? Mijn opa? Mijn oma? In een laatste poging hier achter te komen geef ik mij totaal over aan mijn innerlijke fantasie, gooi mijn hoofd in mijn nek en brul met gebalde vuisten “WIE heb ik boos gemaaaaaáákt?” Waarop een oud mannetje prompt zijn raam open zwaait en schreeuwt: Mijhij-hij!

Beduusd pak ik de boodschappen weer op en loop met snelle pasjes naar huis. Wat zei mijn horoscoop: iets leren over mijzelf… Maar deze wereld is nog niet klaar voor een beetje drama…

Het is niet eerlijk!

Het is niet eerlijk!

Het is niet eerlijk, die 16-jarige (binnenshuis) gemutste snotaap naast mij heeft zijn auto-theorie zojuist wél gehaald en ik, 26-jaar en 9 weken braaf leren, niet.

Maar bij binnenkomst was het al duidelijk: ik hoor hier niet tussen. Papa’s en mama’s zijn opgetrommeld om de handjes vast te houden van deze uit de kluiten gewassen kleuters, die ervan dromen om “met mijn vette Impreza over de highway te scheuuuuren”. Mr. Muts naast mij schept op, “mijn scooter rijbewijs had ik in 1x, dus deze zal ik ook wel in 1x halen. Ik ben gewoon ggggoed. Had vorige week maandag mijn eerste rijles en mag volgende maand al op. Komt zeker omdat ik al eerder in een vette vrachtwagen gereden heb…”

En deze rammelende hormonenbakken moeten binnenkort de weg op? Achter mij zit een wijsneusje haar kennis loud&clear te verkondigen: “Je krijgt pas rijontzegging als je 3x gepakt bent met alcohol op achter het stuur. Dus ik zorg ervoor dat ze mij maar 2 keer pakken hè?”. Oh lord! Hier is 80% een potentieel gevaar op de weg!

Als we de examenruimte verlaten, vliegen Mr. Muts en Ms. Wijsneus hun mama’s in de armen, in één keer geslaagd! Terwijl ik omver gelopen word door een woeste blondine wier gebral ik niet ongecensureerd op papier zou kunnen zetten, loop ik enigszins teleurgesteld naar mijn jas. Gezakt…

Where did this go wrong? Het kwartje valt als ik een stel zo innig zie knuffelen, dat je zou denken dat de knul terugkomt van een missie in Irak.

Had ik dan ook…?

Met één sms’je is het geregeld: Mamaaaaaaaaaaa, jij moet de volgende keer ook mee om mijn klamme handje vast te houden…

Santa

Santa

“Ik mag dat niet van mijn vader” zegt het meisje tegen haar arts. De arts kijkt verbaast de vader aan, deze bevestigt. “Nee, wij doen alléén aan Sinterklaas. Dat is een Nederlands feest, een traditie die we in ere moeten houden. Ik wíl geen Kerst vieren. Ik heb niks met de Kerstman, laat die maar over aan die Duiters en Amerikanen.”

Die Duiters en Amerikanen? Ten eerste moet deze man echt minder drinken tijdens Weekend Millionairs, want als hij had opgelet dan wist hij dat de Kerstman een Fin is. Ten tweede moet deze man dit soort dingen niet in mijn buurt zeggen want ik ben een groter fan van de Kerstman dan van de Sint, en ten derde, “Ík wil geen Kerst vieren”???

Dit riekt naar een typisch gevalletje van “doktermans, hier kan ik nog wel de vent uithangen, thuis heeft mijn vrouw de broek aan” en ik zeg: Amen.
Bij deze man is het een zaak van nationale veiligheid dat zijn vrouw de broek aan heeft. Als wij deze man alleen laten wonen wordt hij wereldvreemd, asociaal en eenzaam. Heel eenzaam. Zo eenzaam dat hij zijn sokken als soulmates gaat beschouwen, dat de kip in zijn koelkast zijn voetbalmaatje wordt en hij een plastik palmboom in huis haalt om het wat gezelliger te maken.

Dit is het soort man, dat op het werk het hoogste woord heeft, andere mensen afkaffert terwijl hij zelf nog een keer Patience opstart. Het soort man dat voor de verjaardag van zijn collega haar meest oncharmante foto door het hele gebouw hangt, en met dito taart aan komt zetten, áls hij daar al aan denkt. Een man die in een café na een paar biertjes de terreur van elke vrouw wordt.

En juist deze man komt na een werkdag thuis omdat zijn vrouw hem dat geboden heeft, deze man eet geen vlees-aardappelen-jus maar een thaise wokmaaltijd omdat zijn vrouw dat wilt, deze man laat de cavia’s van zijn dochter door het huis scharrelen enkel omdat zijn vrouw heeft gedreigd anders de Playboy de deur uit doen, en dat soort mannen geloven enkel en heilig in Sinterklaas, en niet in de Kerstman.

Want diep van binnen gloeit jaloezie voor die gezelligerd. De Kerstman staat voor alles wat hij niet is of mag zijn. Onze Finse legende is gezellig, houd van drank en lekker eten, hij straft niet en vliegt door de lucht met een arrenslee. De Kerstman wordt in de hele wereld door zowel kinderen als volwassenen, aanbeden en bezocht! De magie is daar nog lang niet uit.

De Sint is een chagrijnig onethisch scharminkel vergeleken bij deze vent.
Klaas laat zijn pieten het zware werk doen, zijn verblijfplaats is volkomen onduidelijk, onbekend en onbezoekbaar buiten Sinterklaastijd, hij rijdt op een schimmel (kom op…) en vanaf 6 jaar worden kinderen bruut wakker geschud uit deze marsepeinen fantasiewereld. Want volgens Hollandse nuchterheid is het dan tijd om volwassen te worden, geloven is “not-done”. Wake up and smell the coffee. En zo creëer je monsters. Monsters zeg ik je!

Terwijl buiten vrolijk Duitse en Amerikaanse kinderen van 0-80 jaar door de straten huppelen, zit een enkele staats gevaarlijke gefrustreerde ex-Sint gelover op kantoor, wanhopig trachtend zijn eigen illusie in stand te houden; die van stoere man. Maar net als bij de Sint kan deze illusie alleen in stand gehouden worden door het geloof van de buitenwereld… en laten we dat er nou net uitgeramd hebben.

Als u me even wilt excuseren, ik moet nog een kerstboom opzetten…

Pluk de Dag. Bekijk een toerist! (Column voor Vodafone 27 mei 2008)

Pluk de Dag. Bekijk een toerist! (Column voor Vodafone 27 mei 2008)

Dat Amsterdam een internationale stad is,
merk je al gauw in de tram.
Als je een jolige conducteur treft maak je de rit van je leven, “This is the leidschesquare, het leidscheplein, la place de leidsche, Paradiso, Milkyway, Bulldog (for the trip of a lifetime!) and Boom “Boom” Chicago”. Maar soms heb je ook een conducteur from hell, en blijven commando’s (humor?) als “loop es naar fore mensjuh dan ken de res er ook bei” en “dit gelt ook foor de doofe mensjuh” onvertaald. De snoetjes van toeristen trekken wit weg als blijkt dat de kwade conducteur het ook tegen hen had (dit wél in onvervalst engels) “You! Japanese in red! Move to the front!”.

Maar voor de Amsterdammer, maken toeristen in een tram je dag weer goed. Ze zijn hi-la-risch! Want als je een aantal jaar met die bakbeesten vervoert bent weet je waar je op moet letten als je de conducteur te vriend wil houden: Ga door de GOEDE ingang naar binnen, hou je vast ook als je zit, niet op de draaischijf gaan staan en ga snel(!) door de GOEDE uitgang naar buiten. Maar mocht je toch na deze goede adviezen de woede van de conducteur hebben gewekt, ga dan snel zitten en geniet van schouwspel.

Het spektakel begint als ze binnen komen door de verkeerde deur, het luide commentaar van de conducteur tettert door de speakers, de tram trekt op, de toerist wankelt even en tuimelt achterover de hele tram door. Meestal herstellen ze nét op tijd, om vervolgens op de draaischijf te gaan staan (waah dit draait!) of ze tuimelen in de eerstvolgende bocht van de stoel (het gebeurt echt!). Ze stappen langzaam uit, pakken de verkeerde deur, krijgen weer de boze conducteur (“that is not an exit!”) en een stroom passagiers over zich heen. En terwijl de deuren zich sluiten en de toerist zijn rugtas verwoed tussen de deuren uit probeert te trekken, vormt zich een glimlach om mijn lippen: Aaah Amsterdam! Gelukkig woon ik er toch ook over een maandje of vier en mag ik weer met de tram…

Up yours Honolulu!

Up yours Honolulu!

Dat kleine detail waren ze even vergeten te vertellen. Hoe kun je, in vredesnaam, iemand vergeten te vertellen dat er een buis in haar anus gaat verdwijnen van 30 cm lang en zeker 2 cm doorsnede? In het ziekenhuis dus.
Nadat ze mij 1 uur lang in de wachtkamer hadden laten zitten, ging ik maar even polshoogte nemen bij de receptie. Waarom duurde het zo lang? De olijke receptioniste lachte me toe, er was inderdaad een sproetje tussen door gekomen maar ze ging het roggelen voor me. Zucht.

Een frisse boerenjongen arts genaamd Frederik loopt op me af. Oh nee, denk ik. Hij is veel te leuk en fris om naar mijn anus te mogen kijken.
Hij begeleidt mij naar mijn kleedcabine, of ik alles uit wil doen behalve mijn beha en sokken, en dan vervolgens dat groene schort wil aan doen. Ik kijk geschokt. We gingen toch alleen röntgenfoto’s maken van mijn buik? En nu moet ik een billen-bloot-schort aan?
Of ik wel wist wat de ingreep inhield vroeg de boerenbonte arts op serieuze toon. “Ingreep?” hyperventileer ik.
“F-f-foto’s maken?” stamel ik.
Maar nee; eerst brengen ze een buis voorin in, en daarna achterin en dan moet ik poepen op “de troon” zoals ze hem hier intern noemen, grapt de boerenbonte arts. Ik was echter nog in shock blijven hangen bij “we brengen een buis aan in uw vagina”.
Als de arts mij alleen laat om mij om te kleden realiseer ik dat ik niet meer weet wat er nou uit moest, of aan… Verdwaast trek ik dat schort aan. De arts begeleidt mij de kamer in, waar 2 andere artsen zijn. Nog meer artsen? Ik schuifel vertwijfeld weer achteruit…

Er is maar 1 oplossing in deze situatie. Doen of ik niet besta. Doen of deze situatie niet gebeurd. En zo geschiedde het.
Terwijl ik op de tafel lag en de vrolijke doch bezorgde artsen buizen inbrachten en mij vroegen naar mijn hobby’s, zat ik op Honolulu. Weliswaar met een buis in mijn anus, (op mysterieuze wijze lukte het mij niet die weg te denken) maar hé, er gebeuren wel vreemdere dingen op Honolulu.

“Zo!” Roept de arts uit, “dan mag je nu poepen! Op de troon, daar keek je natuurlijk wel naar uit hè?” Ik geloof niet, dat deze arts door heeft dat ik 25 ben. Ik schuifel richting de troon en merk verschrikt op dat er achter het anti-stralingsscherm nog 2 co-assistenten staan…die naar mij zwaaien…
Terwijl ik plaats neem op de troon, doe ik mijn uiterste best om onzichtbaar te worden: dit gebeurd niet, ik ben hier niet, waar ligt Honolulu ook al weer?
“Jaaaa” roept de arts “toe maar! En stop maar! En persen! En ophouden! Ennnnnn….laat maar gaan!”

Finally, mag ik hier weg. De co-assistenten houden hun duimen bemoedigend omhoog en de arts zwaait nog even. Dag Honolulu. Daar ga ik dus nooit meer heen!

Move! (Column voor Vodafone 17 maart 2008)

Move! (Column voor Vodafone 17 maart 2008)

Ik kreeg de opmerking dat het wel te merken was in mijn artikeltjes dat ik niet blij ben met de move naar Amsterdam. Ja, gek hè? 2 maanden nadat ik hier als Amsterdamse woonde en werkte, kwam de aankondiging.
Mijn leven was net wat rustiger geworden. Na 5,5 jaar op-en-neer reizen tussen Amsterdam en Maastricht, heb ik ervoor gekozen om mijn grote liefde voor altijd in mijn armen te sluiten en daarmee het Bourgondische leven, en Vodafone. So excuse me if i’m not amused!

Dolblij was ik, met mijn baan bij Vodafone. Maar na 2 maanden werd dit alles uit mijn handen getrokken.
Als behang wat net in je nieuwe huis hangt maar eraf komt bladderen, als de nieuwe jurk die eenmaal thuis toch boven budget blijkt, als die lieve poes die je nieuwe Glossy aan flarden krabt.
Eerste reactie? We verhuizen mee! …Of toch niet?…
En zo begon het wikken-en-wegen, de blijdschap, de onenigheden en het verdriet; 3 tissuedozen zijn ervoor nodig geweest om mijn tranen te deppen. Ik was op een middag niet eens meer in staat om te werken.
Ik heb echt gerouwd. Het weekend voor de einddatum hebben we de knoop doorgehakt: wij blijven hier.

En oh wat gaan we het leuk hebben! Veel leuker dan jullie*! Het weer is hier mooier, de mensen vriendelijker, de huizen goedkoper, en hier hebben ze verse vlaai. Jullie zitten straks aan de Multi-vlaai.
Hiervandaan zit je binnen een uur in grote steden zoals Brussel en Aken.
Vanuit Amsterdam ben je zo in wereldsteden als Abcoude, Hoorn, Purmer-end, Datsylel of het spetterende Almere.
Wij gaan lekker picknicken in de heuvels. Jullie op Zandvoort, waar je na 3 uur file en 20 euri in de parkeervreter, de zweetlucht van je buurman ruikt en zijn zonnebrand in je broodje proeft.

Mocht je ooit het Bourgondische leven gaan missen, in zeg 3 weken na je verhuizing, ik heb nog wel een logeerkamer waar je op mag. En zo niet, mag ik dan bij jou logeren als ik mijn thuis mis?

* Jullie = verwijzing naar degenen die gaan verhuizen naar A’dam e.o.

It’s a jungle (Column voor Vodafone 28 januari 2008)

It’s a jungle (Column voor Vodafone 28 januari 2008)

In Amsterdam is winkelen Topsport! Ga eens op zaterdagmiddag naar de Kalverstraat, dat is spectaculair!
Je loopt hutjemutje van de ene winkel naar de andere. Als je naar een, aan de overkant gelegen, winkel wilt zul je over een hele goede timing moeten beschikken om door de meute heen te komen. De winkels beschikken nog net niet over speciaal personeel die shoppers in nood bij hun tassie pakken en naar binnen trekken. En eenmaal binnen gaat het gevecht gewoon door.

Vertrouw op mij: It’s a jungle out there… Waar in Maastricht allemaal overzichtelijke rekken zijn in de uitverkoop moet je in Amsterdam werkelijk vechten voor een kledingstuk. Heb je eindelijk iets in handen dan moet je het vooral niet loslaten of enige desinteresse tonen want dan ben je het gewoon kwijt. Je ziet een flits, voelt een korte ruk en na een waas van parfum en blond haar kom jij tot de conclusie dat je mooie jurkje, laatste in jouw maat, verdwenen is.

Maar het allerergste zijn wel de Dol Dwaze Dagen in de Bijenkorf. Het winkelende publiek is ge-na-de-loos. Luxe producten voor weinig haalt het slechtste in mensen naar boven. 3 dagen lang zie je stofwolken uit de winkel komen. 4 op de schaal van Richter. En elk jaar weer verdwijnen er meer decorstukken en personeel. Vooral het stickers plakken eist elk jaar zijn tol onder het personeel. Volgens mij heeft 1 op 3 Amsterdammers een visagist van de Bijenkorf in huis.

In Maastricht kun je heerlijk rustig winkelen. Maar toch mis ik die gekte wel, die “hebbuh” mentaliteit, dat koopjes jagen. Dus als het uitverkoop is komt de Amsterdamse in mij naar boven. Ik trek de H&M ondersteboven, jaag de verkoopsters op de kast en ruk jurkjes uit de handen van nietsvermoedende vrouwluuj. Om vervolgens vol trots huiswaarts te keren met veel luxe producten. Voor weinig…

Baar moeder!

Baar moeder!

Mijn baarmoeder is niet meer van mij, ze was het wel voor 24 jaar. Nu is ze openbaar bezit geworden van ooms, tantes, opa’s en oma’s, schoonfamilie en (jonge) ouders… Ik ben een lopende buik geworden. Een aanstaande broedmachine, een legkip…
Het lijkt alsof na mijn 24e verjaardag mijn leven door het universum in 1 bepaalde richting is geduwd, namelijk achter de kinderwagen en a.s.a.p. een beetje!
Er is een soort stilzwijgende afspraak gemaakt dat iedereen ineens naar de inhoud van je baarmoeder mag vragen.

En? Ben je al zwanger? Hebben “we” al “zin in” kindjes? Het wordt wel eens tijd nu toch? Je hebt de leeftijd al bereikt! Of de allerleukste van allemaal; Je leven krijgt pas een doel als je kinderen hebt.
Alsof ik een luie doelloze vrouw ben, die ronddwaalt op deze planeet, wanhopig zoekende naar die ene spermacel die mijn eitjes wil versieren.
De jonge ouders zitten pruilend tegenover mij, compleet met de spugende baby op schoot. Wij hebben net verteld over onze vakantie in Nice en aanstaande stedentrip naar Londen.
Zij kunnen dat allemaal niet meer, maar zij geven alles graag op. Als kinderloos koppel voel je het schuldgevoel je bekruipen. Alleen maar leuke dingen doen en van de vrijheid genieten, mag niet!
Zij wilden nog zo graag naar Nieuw-Zeeland maar moeten nu genoegen nemen met gewoon Zeeland. Mijn ouders hebben mij en mijn zusje overal mee naar toe genomen, hoe klein we ook waren. Niet begrijpend wordt ik aangestaard, wat volgt is het ultieme jonge ouders antwoord: wacht maar tot je zelf kinderen hebt.

“Mama ik heb groot nieuws!” riep ik door de telefoon, enthousiast vraagt mijn moeder of ik zwanger ben, uh nee? Hoe komt ze daar nou weer bij? Vervolgens bel ik vriendje-lief om ook van hem exact dezelfde reactie te krijgen. Waaaaarom wil iedereen mij aan de kinderen hebben?

Begrijp mij niet verkeerd: het lijkt mij ge-wel-dig, zo’n hummeltje! Ik ben al helemaal ingelezen in de zwangerschap en de bevalling. Als klein meisje liep ik met kussens onder mijn T-shirt rond, en nu stiekem nog.
Ik zet mijn buik uit voor de spiegel om te zien hoe het zou staan en smelt als sneeuw voor de zon als ik een baby mag vasthouden. Knuffelen en de fles geven das allemaal voor mij weggelegd maar ik heb nog geen zin in kindjes!
De wegdromende, op een roze planeet zittende, jonge ouder glundert: je hebt het niet altijd zelf in de hand, soms dan overkomt het je. Je ziet gewoon dat ze zich aan hun stoel vast moeten houden omdat ze er anders vanaf zweven, gezamenlijk met hun speelgoednijntjes en voel-boekjes.

Op feestjes draaien de hoofden standaard 360 graden mijn kant op als het ook maar even over kinderen of zwangerschappen gaat. “En??? Dharma? Wanneer kunnen we de eerste verwachten?”
In het begin lachte ik nog lief bij die vraag, maar sinds kort beginnen de duivelse hoorntjes op mijn hoofd te groeien al ver voordat het gesprek begonnen is…
Kinderen? Moi? Echt niet! Nee hoor, ík wil eerst nog genieten van mijn leven.
Neem jij vooral lekker kinderen, lekker vroeg je bed uit in het weekend om 3 uur s’nachts, om op je werk te verschijnen met kots en spuug op je mooie Gautier truitje.
Dat nieuwe parfum? “eau de bébé” alleen jammer dat het ruikt naar een complete koeienstal. Naar de kapper geweest? Nee dat is de ochtendurine die automatisch je haar in gesproeid word door een ieniemienie piemeltje. Nieuwe make-up? Nee dat zijn je wallen. En trouwens van kindersnot krijg je ongelofelijk goede nagels. Neem jij vooral kinderen maar laat mijn baarmoeder mét rust!

Boodschappen doen voor beginners – samenvatting van de cursus

Boodschappen doen voor beginners – samenvatting van de cursus

Het begint vaak al bij het pakken van een mandje, op de een of andere manier blijft jouw mandje altijd plakken aan de onderste mandjes, waardoor je na 2 stappen te hebben gezet ineens met 2 mandjes zit. Een op de grond en een in je hand. Ook blijkt, na grondige bestudering van het mandje, dat de vorige eigenaar witlof heeft gekocht en er iemand boodschappen heeft gedaan voor 48,59 euro. Zie het bonnetje, dat is blijven liggen.

Op naar de groenteafdeling, hier gaat het nooit geheel vlekkeloos. Dit is de danger-zone van de winkel vanwege een prakje ondefinieerbare groente dat altijd op de grond ligt en waar uitgerekend jíj in uit glijd.
Ok, ik heb de groenteafdeling overleefd, leg de groente in het mandje en ga door.
Vloeren van supermarkten zijn altijd glad, zeker op je ietwat afgesleten hakjes, dus je moet heel beheerst door de winkel lopen wil je niet met je kop in een stelling chocoladeletters belanden. Na 3x glibberen beland je bij de melk je wilt, nee, moét die met de uiterste houdbaarheidsdatum hebben. En deze staat áltijd achteraan.
Dus je moet eerst die 10 pakken die ervoor staan eruit trekken (omaatje naast je “u mag niet alle melk meenemen hoor!”) om eindelijk het gewenste pak te bemachtigen. Dan de zure room, staat altijd te hoog. Dat wordt klimmen: Zet je mandje op de grond, tracht je handtas niet te laten vallen in die plas melk die er ligt, gooi je haar uit je gezicht en ga op dat rare gammele stangetje staan. Rek uit! Pak zure room, flikker bijna achterover, grijp je vast aan 2 pakken vla en val c.q. stap van het stangetje af. Van schaamte durf je die 2 pakken niet terug te zetten. Die gaan dus ook mee.

Mijn mandje is inmiddels bijna vol, eigenlijk al te vol. Denk: Waarom heb ik een mandje gepakt?
Mandje is te zwaar, ik kan óf gaan sjouwen met het mandje (houden die plastic hengels dat wel?) of ik laat hem staan. Ga voor optie 2, laat het mandje staan. Ervaar de vrijheid: “Aaaah vrijheid!” Nu kan dat blikje mais ook nog wel mee, die kilo kattenbrokken ook, en dan nog even wat wasmiddel. Mmmm het past niet meer in het mandje.

Hè? ik had geen pompoen gekocht! En wat doet die 4-jarige met mijn handscanner bij dat rek hagelslag! Eindelijk mijn handscanner weer bemachtigt, de pompoen weer teruggegeven aan de wazige oma die naast mij stond (“uw mandje lijkt exact op dat van mij”). Op naar de kassa!

Eerst in de rij, eenmaal aan de beurt blijkt dat ik niet in de rij hoef, ik heb namelijk een handscanner gebruikt…Stond toch duidelijk aangegeven…aha heel duidelijk ja.
Ik ga naar de betaal-paal (wie bedenkt die woorden?) daar krijg ik instructies van een elektronische stem, “scan uw bonuskaart” ik scan bonuskaart, “…maar zet eerst de handscanner terug”. Handig, ik zet de scanner terug “scan uw bonuskaart” zegt de mechanische stem. “Haal uw pas door” “vergeet niet uw bon” “volg de instructies op de pinautomaat”. Ik voel me net James Bond die moet ontdekken hoe de bom ontmanteld moet in 5 seconden.

Eindelijk klaar, ik pak mijn boodschappentas in, bedenk me tot mijn schrik dat ik die natuurlijk ook had moeten scannen… Staar minuten lang naar de tas, ga ik terug en scan ik hem alsnog? Of neem ik hem zo mee? Zijn er alarmsystemen op plastictassen? Zullen ze de politie bellen voor een plastic tas? Als het alarm gaat zeg ik gewoon dat ik het vergeten was.

Ik ga door met pakken, ontdek dat er ook nog groente in het mandje lag (ja, onder de anderhalve liter melk en 2 pakken jus). Klaar met pakken. Nou ja, op het wc papier na, waaaaarom past het pak wc-papier noooit in je plastic tas? En dus moet je met je wc-papier in een doorzichtig plastic tasje over straat. Het lijkt de camping wel…
Ik verzamel al mijn moed en loop, met mijn gestolen boodschappen tas, de winkel uit. Er gebeurt niets. Eindelijk iets wat goed gaat!
Dan, op de fiets! Zet boodschappentas achterop onder de snelbinders, hang wc-papier aan stuur. Charming. Ik stap op de fiets en fiets naar huis, voorzichtig elke bobbel en hobbel vermijdend.
Dan: mijn zware achterdeur open krijgen met in de ene hand zware fiets en in de andere de sleutel.
Ik heb hier inmiddels een techniek voor. Ik draai de sleutel in het slot, duw de deur een beetje open, gooi mijn hele gewicht tegen de deur om hem verder open te krijgen. Grijp met 2 handen het stuur vast en trek hem naar binnen. Het stuur trekt een beetje scheef, de trapper hangt vast achter de deurpost, de fiets begint langzaam te kantelen. Ik vloek, ik trek, maar de fiets staat binnen.
Nu naar het rommelhok, heet zo vanwege de rommel en onze fietsen. Ik prop de fiets erin, en pak de zware boodschappen tas. Nu 4 hoog trappenlopen, op hakjes met zware tas. Na 2 trappen kom ik tot een nieuwe conclusie, mijn boodschappentas is veel te zwaar en mijn jas veel te warm. Jas moet uit, nu! Maar daar heb ik geen handen meer voor over. En waarom prikt er altijd een kartonnen pak in je been?
Een hysterische aanval nabij, val ik uitgeput mijn huis in, struikel op weg naar de koelkast 3x over de kat en zak in dramatisch in elkaar in de keuken. Na mijn eigen Paris Hilton moment te hebben overleefd (“ik ben zooo zieluhug!”), stouw ik het aanrecht vol met de boodschappen, en kom tot de conclusie dat niet alleen mijn mandje te klein was maar ook mijn koelkast. Boodschappen doen is een lijdensweg… Pompoensoep iemand?